Meer
Publicatiedatum: 29-01-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf financiering

Beschrijving

Algemeen

In het BBV(Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een pararaaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening.

Dit is een belangrijk instrument voor het transparant maken van de treasuryfunctie(financiering) van de decentrale overheid.

In het treasurystatuut van de gemeente Veere zijn de uitgangspunten, de doelstellingen en de beleidsmatige en organisatorische kaders bepaald.

 

Doelstelling

De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingsportefeuille.

 

Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn moeten plaatsvinden. Het is onze taak om deze investeringen conform te kaders te financieren.

We beperken ons tot de publieke taak en hanteren de volgende doelstellingen:

  • Het zorgdragen voor de tijdige beschikbaarheid van de benodigde middelen tegen marktconforme condities;
  • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut;
  • Het beschermen van de resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s.

 

Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de WET FIDO twee instrumenten: de rente risiconorm en de kasgeldlimiet.

In de Wet HOF zijn de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het beleggen van overtollige financieringsmiddelen bij de Schatkist, het zogenaamde schatkistbankieren. Dit zijn de drie indicatoren voor het treasury-beleid.

 

Financiering

Financiering omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheersen van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor een periode langer dan één jaar.

Onderstaande tabel geeft het effect weer van de reguliere aflossing op de gemiddelde rente van de leningenportefeuille. Na de reguliere aflossingen bedraagt de gemiddelde rente van de leningenportefeuille per 31 december 2020: 2,28%.

Mutaties in leningenportefeuille

Bedrag

Gemiddelde rente

Invloed op gemiddelde rente

Gemiddelde rente na mutatie

Stand per 1 januari 2020 leningenportefeuille

42.764

2,27%

 

 

Nieuwe leningen

  

 

 

 

Reguliere aflossingen

1.717

2,07%

0,01%

2,28%

Vervroegde aflossingen

          

        

        

        

Stand per 31 december 2020     leningenportefeuille

41.047

2,28%

 

 

 

Kasgeldlimiet

Jaarlijks wordt de kasgeldlimiet berekend. Door deze limiet wordt een grens gesteld aan de korte financiering.

De kasgeldlimiet is gericht op het voorkomen van ongewenste renterisico’s die ontstaan door het aangaan van overmatige korte termijn financieringen. Indien deze kasgeldlimiet structureel wordt overschreden dient de kortlopende schuld omgezet te worden in een langlopende schuld. 

De norm van de kasgeldlimiet is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten.

De kasgeldlimiet voor 2020 bedraagt € 5.841.000 . Dit is de bovengrens van de toegestane omvang van de kortlopende schuld. Op basis van de verwachte marktrente(negatieve rente) wordt bij het aantrekken van een geldlening rente vergoed in plaats van betaald.  Leningen kunnen uitsluitend worden aangetrokken als onze financieringsbehoefte dat noodzakelijk maakt. Het is op grond van de Wet FIDO niet toegestaan om geld te lenen met als enig doel het maken van (rente) winst.

In 2020 zal de kasgeldlimiet optimaal worden benut vanuit de gedachte dat rente van kortlopende leningen laag is.

 

Prognose kasgeldlimiet per kwartaal 2020

 

 

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

 

Omvang begroting per 1 januari 2019

68.715 

 68.715

  68.715

  68.715

 

 

 

 

 

 

1)

Toegestane kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

- in procenten

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

 

- in bedrag

  5.841

    5.841

    5.841

    5.841

2)

Omvang vlottende korte schuld

 

 

 

 

 

- opgenomen gelden korter dan 1 jaar

5.841

5.841

5.841

5.841

 

- schuld in rekening-courant

0

           0

0

0

 

- gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

- overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

 

 

5.841

5.841

5.841

5.841

3)

Vlottende middelen

 

 

 

 

 

- contante gelden in kas

1

1

1

1

 

- tegoeden in rekening-courant

0

0

           0

0

 

- overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

 

 1       

1

1

1

4)

Toets kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

5.840

5.840

5.840

5.840

 

Toegestane kasgeldlimiet (1)

5.841

5.841

5.841

5.841

 

Ruimte (+)/overschrijding (-); (1-4)

1

1

1

1

 

Renterisiconorm

In de Wet Fido is een norm gegeven voor de omvang van het renterisico. Onder renterisico wordt verstaan de gevoeligheid van de financiële positie van de organisatie voor renteschommelingen.

De renterisiconorm is een percentage van het begrotingstotaal.

De uitkomst hiervan mag niet overschreden worden, zodat er spreiding van de opgenomen leningen, looptijden en renteaanpassingsdata en eventueel hieruit voortvloeiende rentewijzigingen, ontstaat.

De wetgever heeft bepaald dat in een jaar voor maximaal 20% onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering.

 

Op een begrotingstotaal van € 68.715.000 bedraagt de renterisiconorm € 13.743.000. De tabel is gebaseerd op de meerjarenbalans die is opgenomen in de financiële begroting. 

 

Renterisico vaste schuld over de jaren 2020 t/m 2023

Berekening (bedragen x € 1.000)

2020

2021

2022

2023

Renteherziening op vaste schuld o/g

8.350

7.192

3.391

1.616

Aflossingen

1.667

1.507

4.461

1.461

Renterisico

10.017

8.699

7.851

3.078

Renterisiconorm

13.743

12.544

12.452

12.266

Ruimte onder renterisiconorm

3.726

3.845

4.600

9.189

Overschrijding renterisiconorm

0

0

0

0

 

 

 

 

 

Berekening renterisiconorm

 

 

 

 

Begrotingstotaal

68.715

62.719

62.258

61.332

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

20%

20%

20%

20%

 

 

 

 

 

Renterisiconorm

13.743

12.544

12.452

12.266

 

Uit bovenstaande tabel blijkt dat onze gemeente binnen de renterisiconorm blijft.

 

Het monetaire beleid van de ECB blijft zeer ruim. De verwachting is dat de tarieven de komende 12 maanden onveranderd laag blijven. De lange rente rentetarieven lopen een fractie op en blijven daardoor op een zeer laag niveau.

Bij het aantrekken van een geldlening speelt de kasgeldlimiet, het verschil tussen lang en kort geld en de verwachting van de renteontwikkeling op langere termijn een rol.

 

Kredietrisiconorm

In onderstaand overzicht wordt het kredietrisico op verstrekte gelden weergegeven. Bij het uitzetten van middelen zijn ieder geval twee aspecten in het geding. Dit zijn een voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij en een beperkt marktrisico.

Overige instellingen zijn de stortingen in het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting(SVn). SVn ontwikkelt, beheert en verstrekt aantrekkelijke leningen voor het kopen, verduurzamen en verbeteren van woningen en bedrijfsruimten.

De restant schuld onder woningcorporaties betreft een langlopende geldlening aan de Stichting Zeeuwland. Op deze lening wordt jaarlijks afgelost. Het rentepercentage van deze lening bedraagt 3,95%. Het laatste jaar van aflossing is 2051.

 

 Kredietrisico op verstrekte gelden

Risicogroep

Hypothecaire zekerheid

Restant schuld in € 1.000

%

Lokale verenigingen/stichtingen

neen

10

0,19

Overige instellingen

ja/neen

1.903

35,23

Personeel

ja

0

0,00

Personeel

neen

1

0,02

Woningcorporaties

neen

3.487

64,56

Totaal

 

5.401

100,00

 

Schatkistbankieren

De Wet HOF verplicht de lagere overheden alle geldelijke overschotten bij het Ministerie van Financiën te beleggen, om zo het overheidstekort binnen de grenzen van Europese doelstellingen te brengen en te houden(EMU-schuld). De wet vermindert het financieel risico van decentrale overheden. De Nederlandse staat hoeft bovendien voor zijn financieringsbehoefte minder te lenen op de kapitaalmarkt, wat zich vertaalt in een verlaging van de staatsschuld.  

Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 0,75% met een minimum van € 250.000.

Voor Veere geld als drempel in 2020: 0,75% x € 68.715.000 = € 515.362,50

 

Ten gevolge van de verplichting van schatkistbankieren lopen wij geen debiteurenrisico meer. Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen.

 

Renteschema

In onderstaand schema geven we inzicht in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

     

 €        1.127.404

b.

De externe rentebaten (idem)

   

-/-

 €            141.390

           
 

Saldo rentelasten en baten

     

 €            986.014

           

c1.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend

-/-

 €         -73.267

   

c2.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/-

 €                   -

   

c3.

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

+

 €                   -

   
           
 

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

     

 €                73.267

           

d1.

Rente over eigen vermogen

 

 

+

 €                         -

d2.

Rente over voorzieningen

 

 

+

 €                         -

           
 

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

     

 €          1.059.281

           

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag 1,5% afgerond)

-/-

   

 €        1.123.788

           

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

     

 €            -64.507