Meer
Publicatiedatum: 29-01-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf lokale heffingen

Beschrijving

Inleiding
De paragraaf “Lokale heffingen” is voorgeschreven in artikel 10 van het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” (BBV). De paragraaf moet ten minste bevatten:
1. de geraamde inkomsten;
2. het beleid voor de lokale heffingen;
3. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen;
4. een aanduiding van de lokale lastendruk;
5. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Het pakket van gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat in Veere uit 8 belastingen. Deze zijn gelegitimeerd door verordeningen die door de gemeenteraad ieder jaar opnieuw worden vastgesteld. De heffingen verdelen we in twee categorieën, te weten:

Belastingen: heffingen die door de overheid dwangmatig worden opgelegd, zonder dat daar voor de belastingbetaler een individuele aanwijsbare prestatie tegenover staat. Belastingplichtigen hebben feitelijk geen keuzemogelijkheid.

Rechten: betalingen aan de overheid voor een door de overheid individueel geleverde specifieke overheidsprestatie. Vaak is de betaling slechts een deel van de werkelijke kosten. Rechten zijn gebaseerd op het profijtbeginsel (iemand die meer van de overheid profiteert, betaalt een hogere bijdrage). Belanghebbenden hebben min of meer de mogelijkheid om te kiezen of zij gebruik maken van een gemeentelijke dienst.

Waarom wordt er belasting geheven?
Een gemeente maakt geen winst zoals een private onderneming. De uitgaven die de gemeente jaarlijks moet doen voor het lokaal bestuur, zoals het onderhouden en in standhouden van wegen, scholen, openbaar groen etc. dekken we voor een groot gedeelte uit ontvangsten van het Rijk in de vorm van de algemene uitkering. Daarnaast ontvangt de gemeente doel- of specifieke uitkeringen van het Rijk. De bestemming van deze middelen is vooraf bepaald. Op grond van de gemeentewet kunnen de gemeenten belastingen heffen. Gemeenten mogen alleen belasting heffen voor zover de wet dit uitdrukkelijk toestaat.

Typen gemeentelijke belastingen
De gemeentelijke belastingen zijn te onderscheiden in twee typen. Er zijn belastingen/heffingen die een algemeen karakter hebben. Dit soort belastingen/heffingen zijn qua hoogte en besteding niet voor een specifiek doel bestemd, maar dienen ter dekking van algemene uitgaven. Te denken valt aan de OZB, de toeristenbelasting, hondenbelasting en forensenbelasting. Andere belastingen/heffingen besteden we aan een bepaald doel. De opbrengst van deze belastingen/heffingen mag nooit hoger zijn dan de kosten die voor dit bepaalde doel worden gemaakt. Hierbij valt te denken aan rioolheffing en leges.

Totstandkoming van de tarieven
Jaarlijks stellen we bij de begroting de tarieven voor de belastingen/ heffingen, rechten en privaatrechtelijke heffingen vast. Per belasting/heffing stelt de raad jaarlijks een verordening vast met daarin doel, grondslag en tarieven van de belasting/heffing.

Tarievenbeleid
In principe verhogen we alle tarieven voor 2020, met het inflatiepercentage van 2,0%, m.u.v. de afvalstoffenheffing (4%), rioolheffing (9,6%) en de toeristenbelasting (€ 0,05).

 

Tarieven 2020

Soort

Grondslag

2019

2020

OZB

 

 

 

Woning eigenaar

WOZ-waarde

0,0980%

0,0940%

Niet-woningen gebruiker

WOZ-waarde

0,1077%

0,1077%

Niet-woningen eigenaar

WOZ-waarde

0,1352%

0,1351%

Toeristenbelasting

 

 

 

Bezoeker

Per overnachting

€ 1,25

€ 1,30

Afvalstoffenheffing

 

 

 

Gebruiker

Eenpersoonshuishouden

€ 205,38

€ 213,60

 

Meerpersoonshuishouden

€ 231,99

€ 241,27

Rioolheffing

 

 

 

Eigenaar

Aansluiting woning < € 100.000,-

 €    53,15

 €    53,15

 

Aansluiting niet-woning <€ 100.000,-

 €    80,79

 €    80,79

Gebruiker

Waterafvoer (< 75m³)

 €    56,77

 €    56,77

Forensenbelasting

 

 

 

Forensenbelasting

WOZ-waarde

0,2378%

0,2122%

Lijkbezorgingsrechten

 

 

 

Begraafrecht

Lijkbezorging

€ 1.846,94

€ 1.883,88

Recht op urnengraf

Urnengraf

€ 648,48

€ 661.45

Precariobelasting

 

 

 

Winkeluitstalling

per m²

€ 4,07

€ 4,15

Terras p/m kustkernen

per m² hoogseizoen

€ 7,82

€ 7,98

Hondenbelasting

 

 

 

Hondenbelasting

1e hond

€ 68,24

€ 69,60

 

2e hond

€ 119,85

€ 122,25

 

Kennel

€ 222,98

€ 227,44

 

Onroerende Zaakbelastingen (OZB)
De grondslag voor deze heffing is de WOZ-waarde (waarde volgens de Wet Onroerende Zaken). De tarieven voor de OZB zijn mede afhankelijk van de getaxeerde waarden. Deze WOZ-waarden stellen we jaarlijks vast. De waarden met waardepeildatum 1 januari 2019 gelden voor het tijdvak 2020. De aanslagen OZB leggen we in 2020 gelijk op met de waardebeschikking (28 februari 2020).

De tarieven voor 2020 betreffen de met 2% verhoogde tarieven op basis van de inflatiecorrectie (kadernota) voor 2020. We gaan uit van een voorlopige waarde stijging van de WOZ waarde van 6% voor woningen en 2% voor niet-woningen.

 

Berekening OZB percentages 2020

woningen eigenaren

niet-woningen eigenaren

niet-woningen gebruikers

Percentages 2019

0,0980%

0,1352%

0,1077%

Stijging a.g.v. inflatie ( 2,0%)

0,0020%

0,0027%

0,0022%

Tarief op basis van inflatie

0,1000%

0,1379%

0,1099%

Waardeontwikkeling woningen (6%)

-0,006%

       

 

Waardeontwikkeling niet-woningen (2%)

 

-0,0028%

-0,0022%

Tariefvoorstel

0,0940%

0,1351%

0,1077%

 

Forensenbelasting
De tarieven drukken we uit in een percentage van de WOZ-waarde. De hoogte van het tarief is mede bepalend door de gemiddelde waardedaling van het vastgoed binnen de Gemeente Veere. Voor de berekening van de tarieven is uitgegaan van inflatiepercentage van 2,0%. De gemiddelde waarde mutatie is op dit moment nog niet bekend, we gaan uit van een voorlopige stijging van 6%.

Het grootste deel van de aanslagen forensenbelasting leggen we na 90 dagen direct definitief op. Het deel dat de woning verhuurd, wordt aan het einde van het jaar opgelegd, omdat pas na afloop van het kalenderjaar kan worden vastgesteld of het belastbare feit van de forensenbelasting (het meer dan 90 dagen voor zich of zijn gezin beschikbaar houden van een gemeubileerde woning) zich heeft voorgedaan.

 

Berekening tarief forensenbelasting

 

Tarief 2019

0,2213%

Stijging a.g.v. inflatie          ( +2,0%)

0,0044%

Tarief op basis van inflatie

0,2257%

daling a.g.v. waardestijging (-6,00%) voorlopig

-0,0135%

Tariefvoorstel 2020

0,2122%

 

Toeristenbelasting
De toeristenbelasting leggen we in twee kohieren (2 aanslagen) op, één kohier tijdens het belastingjaar (een voorlopige aanslag) en één na afloop van het belastingjaar (definitieve aanslag). De voorlopige aanslag is 80% van de definitieve aanslag van het voorgaande jaar. We houden steekproefsgewijs controles bij de recreatie ondernemers. We controleren of het aantal overnachtingen van de aangifte correspondeert met het nachtverblijfregister. Het tarief voor de toeristenbelasting is in 2017 verhoogd naar € 1,25. Met de sector zijn hierover afspraken gemaakt. Afgesproken is om in stappen van € 0,05 te verhogen. Als basis voor de inflatie geldt het in de gemeentebegroting gehanteerde inflatiepercentage; dit betreft de prognose index Prijs Overheidsconsumptie netto materieel, gepubliceerd door het CPB in jaar t voor jaar t+1. Omdat in 2017 het tarief is verhoogd naar € 1,25 is in 2020 de afgesproken € 0,05 bereikt. Het tarief bedraagt in 2020 € 1,30.

 

Afvalstoffenheffing
Sinds 2014 is het tarief gekoppeld aan het aantal bewoners, met een tarief voor een eenpersoonshuishouden en een tarief voor een meerpersoonshuishouden. Tevens bestaat er de mogelijkheid tot een extra afval bak.

Voor 2020 verhogen we de tarieven afvalstoffenheffing met 4%. Door ontwikkelingen in het aantal aansluitingen, de begroting van OLAZ en de toerekening van overhead bereiken we in 2020 nog geen 100% dekking van de kosten. In onderstaande tabel ziet u het verloop van de kostendekking in de meerjarenramingen. 

In 2020 zetten we de voorziening afvalstoffenheffing in voor een bedrag van € 116.000. Hiermee is de voorziening uitgeput. Eventuele overschotten op de exploitatie voegen we toe aan de voorziening.

 

Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing:

2020

2021

2022

2023

Kosten taakveld afval , inclusief rente

3.125

3.149

3.116

3.124

Inkomsten taakveld afval, exclusief heffing

-265

-265

-265

-265

Inkomsten taakveld reserves, onttrekking reserve (inv. perscontainers)

-45

-45

-45

-45

Netto kosten taakveld

2.815

2.839

2.806

2.814

         

Toe te rekenen kosten

       

Overhead

174

179

179

179

BTW

564

564

564

564

Totale kosten

3.552

3.581

3.548

3.556

         

Opbrengst heffingen

3.306

3.581

3.548

3.556

         

Dekkingspercentage

93%

100%

100%

100%

         

Inzet voorziening

116

0

0

0

Inzet algemene middelen

129

0

0

0

Stijging tarief

4,0%

8,3%

-0,9%

0,2%

Bedragen x € 1.000

 

Rioolheffingen
Voor de rioolheffing gelden twee grondslagen. In de eerste plaats leggen we een aanslag per aansluiting op. Met ingang van 2018 is deze heffing per aansluiting gebaseerd op de hoogte van de WOZ waarde. Daarnaast leggen we een afvoerheffing op naar het waterverbruik.

De tarieven rioolheffing verhogen we in deze paragraaf en begroting nog niet voor 2020. Dit  in afwachting van het nog vast te stellen vGRP.  Het tekort dat ontstaat door ontwikkelingen op de materiële budgetten en de toerekening van overhead brengen we in 2020 ten laste van het begrotingssaldo.

In het voorstel van het vGRP in december 2019 doen we een voorstel tot tariefsverhoging voor 2020. In het concept-plan is sprake van een tarief stijging van 9,6% voor 2020.

De voorziening rioolheffing is nihil. Eventuele overschotten op de exploitatie voegen we toe aan de voorziening. 

 

Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing:

2020

2021

2022

2023

Kosten taakveld riolering , inclusief rente

1.831

1.853

1.859

1.878

Inkomsten taakveld riolering, exclusief heffing

-118

-108

-118

-118

Netto kosten taakveld

1.713

1.731

1.749

1.755

         

Toe te rekenen kosten

       

Overhead

235

241

241

241

BTW

273

270

270

273

Totale kosten

2.221

2.242

2.261

2.269

         

Opbrengst heffingen

2.064

2.256

2.253

2.274

         

Dekkingspercentage

92,9%

100,6%

99,7%

100,2%

         

Inzet voorziening

0

0

0

0

Inzet algemene middelen

157

0

0

0

Stijging tarief

0,0%

9,4%

-0,2%

1,0%

Bedragen x € 1.000

 

Lijkbezorgingsrechten
De kosten van het onderhoud van de begraafplaatsen komt grotendeels ten laste van de algemene middelen; de kosten van het begraven zelf dekken we volledig uit de lijkbezorgingsrechten. De tarieven verhogen we in 2020 met het inflatiepercentage 2%.

 

Berekening van kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten:

2020

2021

2022

2023

Kosten taakveld begraafplaatsen en crematoria , inclusief rente

442

471

466

469

Inkomsten taakveld begraafplaatsen en crematoria, exclusief heffing

-43

-43

-43

-43

Netto kosten taakveld

399

428

423

426

         

Toe te rekenen kosten

       

Overhead 

236

241

241

241

Totale kosten

634

669

664

667

         

Opbrengst lijkbezorgingsrechten

443

443

443

443

         

Dekkingspercentage

69,9%

66,3%

66,7%

66,4%

 

Precariobelasting
Voor de heffing geldt een dusdanig aantal tarieven dat er bij de verordening een aparte tarieventabel is gevoegd. Voor 2020 verhogen we de tarieven met het inflatiepercentage van 2%. De heffing van de precariobelasting berust op de volgens de vergunning toegestane m².

 

Hondenbelasting
Voor 2020 verhogen we de tarieven met het inflatiepercentage van 2%.

 

Leges
De leges verhogen we met het inflatiepercentage van 2%. Uitzondering hierop zijn de tarieven die door het rijk worden bepaald en het tarief voor de omgevingsvergunning. 

Omdat we over tal van producten leges heffen geven we in de volgende tabel de kostendekking per hoofdstuk in de legesverordening weer. In de onderstaande tabel geven we het kostendekkingspercentage per titel weer en vervolgens per hoofdstuk. Per hoofdstuk wordt duidelijk dat bij enkele producten de baten hoger zijn dan de kosten. ( zie hiervoor onderstaande tabel).

 

Legestabel begroting 2020

 

Geraamde inkomsten (x € 1.000) 

Soort belasting/heffing

Raming 2020

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Onroerende zaakbelasting

5.466

5.481

5.497

5.497

Toeristenbelasting

6.792

6.802

6.802

6.802

Afvalstoffenheffing

3.306

3.582

3.549

3.556

Rioolheffing

2.064

2.256

2.253

2.275

Forensenbelasting

1.789

1.789

1.789

1.789

Lijkbezorgingsrechten

443

443

443

443

Precariobelasting

171

171

171

171

Hondenbelasting

133

133

133

133

Totaal

20.164

20.657

20.637

20.666

 

Kwijtschelding
Het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid maakt deel uit van het gemeentelijk minimabeleid. Het kwijtscheldingspercentage dat we hanteren bedraagt 100%. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding beoordelen we aan de hand van een inkomens- en/of vermogenstoets. Bij deze toets nemen we de kosten van bestaan voor 100% mee, volgens de bijstandsnorm. Zo maken we maximaal gebruik van de wettelijke vrijheden op dit gebied. Kwijtschelding kan alleen van de aanslag onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing.

 

Lokale lastendruk 

In deze berekening is als uitgangspunt genomen dat de tarieven rioolheffing voor 2020 stijgen met 9,6%.

 

Kengetallen belastingcapaciteit 2020

A

OZB lasten voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde

 

gem. WOZ waarde

 €     282.000

0,094%

€         265,08

B

Rioolheffing voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde

 

Rioolheffing

eigendom

 €      62,91

   

   

gebruik

 €      87,29

 €           150,20

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

 €           241,27

D

Heffingskorting

 €                       -  

E

Totale woonlasten voor gezin bij een gemiddelde WOZ waarde

 €          656,55

F

Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin bij een gemiddelde WOZ waarde

 €          740,00

 

Gemeentelijke belasting capaciteit

E/F * 100%

88,72%