Meer
Publicatiedatum: 18-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Financiële uitwerking

Opgave algemene reserve

De hiervoor geschetste gevolgen coronacrisis staan in deze tabel weergegeven:

 

Algemene reserve

2020

2021

totaal

A. Stand per 1-1-2020

 

 

€   19.450

Onttrekkingen

 

 

 

B. Geraamd in de begroting 2020-2023

 

 

€    -6.000

C. Scenario coronacrisis

 €    -8.500

 €  -3.000

 €  -11.500

D. Dekking saldo 1e bestuursrapportage 2020

 €       -700

 

 €       -700

E. Dekking afboeken Oostwatering, Veere Anno, Oranjeplein

 €       -690

 

 €       -690

Toevoegingen/plan van aanpak

 

 

 

F. Bezuiniging op personele kosten

 €        230

 €      350

 €        580

G. Bezuiniging door niet doorschuiven van budgetten van 2019 naar 2020

 €        420

 

 €        420

H. Bezuiniging taken niet (meer) uitvoeren

 €        440

 

 €        440

I. Compensatie rijk nadelen coronacrisis

  €     2.000

PM 

  €     2.000

J. Bijdrage van begroting 2021-2024

PM

                  PM 

PM

K. Subtotaal (A t/m I)

 

 

- € 15.450

L. Prognose algemene reserve (A-K)

 

 

€   4.000

 

 

 

 

M. Minimale omvang algemene reserve

 

 

 €  10.000

 

 

 

 

N.    Opgave algemene reserve (M-L)

 

 

€    6.000

Tabel: algemene reserve (bedragen x 1.000)

 

Toelichting

  1. Dit is de stand van de algemene reserve volgens de jaarrekening 2019.
  2. Dit betreft het totaal van geplande uitgaven die eerder door de raad zijn vastgesteld en nog ten laste komen van de algemene reserve.
  3. We voorzien als gevolg van de coronacrisis een tekort in de begroting voor 2020 en 2021 van respectievelijk € 8,5 miljoen en € 3 miljoen. In eerste instantie dekken we dit tekort uit de algemene reserve.
  4. In de 1e bestuursrapportage 2020 ramen we een tekort van € 1,2 miljoen. Dit komt o.a. door de autonome ontwikkeling in de kosten van het sociaal domein. Verder is bij het opmaken van de jaarrekening 2019 gebleken dat de voorziening onderhoud gebouwen een ruimte heeft € 0,5 miljoen die vrij kan vallen. De raad moet daar in 2020 nog een besluit over nemen. Per saldo is het resultaat € 0,7 miljoen negatief.
  5. Voorbereidingskosten op ruimtelijke projecten mogen we maximaal 5 jaar activeren. Als er dan geen actieve grondexploitatie is vastgesteld of anterieure overeenkomsten zijn gesloten  moeten we deze kosten afboeken. Voor de projecten Veere Anno.., Herontwikkeling Oostwatering en Herontwikkeling Oranjeplein loopt deze termijn af op 31 december 2020 en voorzien we geen tijdige ontwikkeling. In dit verband houden we al rekening met een afboeking in 2020 van € 690.000 ten laste van de algemene reserve (de reserve grondbedrijf is op dit moment niet toereikend). Er volgt hiervoor een apart voorstel.  
  6. Met een organisatie brede resultaatverplichting kunnen we een besparing realiseren op de personele kosten in 2020 en 2021 van respectievelijk € 230.000 en € 350.000. Uitgangspunt hierbij is dat we alle wettelijke en noodzakelijke taken uitvoeren en op een aanvaardbaar niveau van dienstverlening blijven.
  7. De over te boeken budgetten (van 2019 naar 2020) zijn ook kritisch beoordeeld. Bekeken is of de overboeking achterwege kan blijven en verantwoord is, bijvoorbeeld als er nog geen verplichtingen zijn aangegaan of als er binnen het reguliere budget 2020 voldoende ruimte is. Hierin zijn keuzes gemaakt om de reservepositie te versterken. Zie ook het voorstel bij de jaarstukken 2019.
  8. Door het schrappen, uitstellen en verschuiven van al geplande prioriteiten kunnen we een bezuiniging realiseren in 2020 van € 440.000. Voorbeelden zijn: schrappen van budgetten voor geluidbeleid en structuurvisie cultuurhistorie, eenmalig geen storting in de voorziening civiele kunstwerken en een jaar uitstel van wegwerken achterstallig onderhoud bewegwijzering.
  9. Recent is informatie ontvangen over de compensatie van het rijk voor de nadelen als gevolg van de coronacrisis voor extra kosten en gederfde inkomsten. Op basis hiervan ramen we voorlopig € 2 miljoen. Elke euro compensatie betekent een lagere opgave in de aanpak om de algemene reserve weer aan te vullen (tot minimaal € 10 miljoen).
  10. De bijdrage vanuit de begroting 2021-2024 aan de algemene reserve is voorlopig PM geraamd. Dit werken we uit in de begroting 2021. Zie ook hierna in de tabel meerjarenramingen 2021-2024, onderdeel F.
  11. Het resultaat (A t/m I) is het saldo van alle onttrekkingen en toevoegingen.
  12. De prognose van de stand van de algemene reserve na alle mutaties (K).
  13. Een gezonde algemene reserve voor Veere is berekend op € 10 miljoen.
  14. Het verschil tussen J en K is de opgave voor de algemene reserve.

Perspectief voor begroting/meerjarenramingen 2021-2024

We hebben op hoofdlijnen een financieel perspectief opgezet voor de komende begroting. Dit bestaat uit algemene uitgangspunten, autonome ontwikkelingen, nieuwe prioriteiten op basis van bestaand beleid en het Hoofdlijnenprogramma, bezuinigingen en een voorstel met betrekking tot de inkomsten. Het vertrekpunt is het saldo in de meerjarenramingen zoals gepresenteerd in de begroting 2020. 

De cijfers zijn mutaties op de eerder vastgestelde meerjarenramingen (na begrotings-wijzigingen).

   

Meerjarenramingen

2021

2022

2023

2024

A. Resultaat o.b.v. uitgangspunten

 €       -420

 €      -930

 €   -1.220

 €    -1.100

B. Autonome ontwikkelingen

 €    -1.690

 €   -1.600

 €   -1.600

 €    -1.610

C. Nieuw beleid

 €       -210

 €      -310

 €      -650

 €       -640

D. Prioriteiten leefbaarheid & toerisme

PM

PM

PM

PM

E. Bezuiniging op taken

 €        360

 €       430

 €       490

 €        520

F. Bijdrage aan algemene reserve

PM

PM 

PM 

PM 

G. Hogere inkomsten

 

 

 

 

               1. Extra verhoging OZB

 €        280

 €       550

 €       550

 €        550

               2. Verruimen parkeeropbrengsten

 €     1.500

 €    1.750

 €    2.250

 €     2.500

               3. Differentiatie toeristenbelasting

PM

PM

PM

PM

H. Meicirculaire 2020

€        130

€       290

€        70

€       -130

Saldo

 €        -50

 €       180

 €    -110

 €         90

Tabel: meerjarenramingen 2021-2024 (bedragen x 1.000)

 

Toelichting

A. Voor het opstellen van de begroting en de meerjarenramingen stellen we algemene uitgangspunten op. Dit betreft onder meer de uitkering uit het gemeentefonds, het inflatiepercentage voor lonen (2,5%) en prijzen (1,6%), de VZG-richtlijn voor begrotingen van gemeenschappelijke regelingen (2,2%), het rentepercentage bij kapitaallasten (1,5%), het algemene inflatiepercentage voor belastingen en tarieven (1,9%) en de extra verhoging van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.

B. We benoemen in dit document enkele grote ontwikkelingen die van invloed zijn op het financieel perspectief. Dit betreft Leerlingenvervoer, WMO en Jeugdzorg. Deze onderwerpen zijn al toegelicht op blz. 2.

We werken aan een instrument voor het Sociaal Domein zodat u als raad kan sturen op kosten binnen kaders, effectief beleid en de tevredenheid van cliënten. Op basis van inzicht ontwikkelen we beleid en maken we keuzes in de Toegang Wmo en Jeugd.  

We hebben nu nog geen concrete maatregelen om de bezuinigingen op de jeugdzorg te halen. Dit komt wel bij de begroting in beeld. In augustus/ september komen we met een totaalplan van aanpak. Jeugdzorg is daar een onderdeel van.

C. In de geest van het Hoofdlijnenprogramma willen we investeren in de leefbaarheid in kernen en sociaal maatschappelijke functies versterken. We nemen in de begroting voor 2021-2024 o.a. budget op voor het uitvoeringsprogramma Kijk op cultuur (€ 30.000), verhoging van de subsidie aan de Stichting Delta Cultureel (€ 10.000 structureel), maatregelen voor het bestrijden van droogte op de sportvelden (investering € 93.000), het opstellen van een laadpalenplan, uitvoeren van verkeersmaatregelen in Grijpskerke (investering € 100.000), het opstellen van een kerkenvisie (€ 50.000) en terreinen betaald parkeren in Domburg geschikt maken voor bewoners en vergunninghouders (vanaf 2023 € 450.000).

D. We willen investeren in het toeristisch product. Er liggen verschillende kansen maar voor verschillende projecten ontbreken op dit moment de dekkingsmiddelen. In samenhang met ons voorstel om de differentiatie van de toeristenbelasting in 2021 in te voeren willen we onderzoeken wat mogelijk is. Hierbij denken we aan het fietsparkeren, recreatieve zandsuppletie, extra handhaving, upgrade van het parkeerterrein Breezand, kwaliteitsverbetering kustparkeerterreinen (2e fase toilet units) en fase 3 van Boulevard Schagen Domburg.

E. In dit kader hebben we kritisch gekeken naar uitgaven en investeringen en keuzes gemaakt om deze niet te doen, uit te stellen of alternatieve dekking te onderzoeken. Naast de onderwerpen zoals genoemd onder D. zijn andere voorbeelden: overkapping zwembad, plein Schotse Hoek Gapinge, wegreconstructie Duinweg Zoutelande.  

Ook zijn er structurele bezuinigingen opgenomen op de interne organisatie en  bedrijfsvoering, bijvoorbeeld het niet indexeren van bedrijfsvoeringbudgetten en omzetten van contracten (totaal € 100.000).

F. Een belangrijk onderdeel van de aanpak is dat er uit de meerjarenramingen 2021-2024 een bijdrage komt ten behoeve van de algemene reserve. In samenhang met ons voorstel om differentiatie van de toeristenbelasting in 2021 in te voeren onderzoeken we de mogelijkheden. In de begroting 2021 werken we dit uit. Zie ook hiervoor tabel algemene reserve, onderdeel I. 

G. We streven naar een financieel perspectief dat op hoofdlijnen in evenwicht is. Naast de hiervoor genoemde bezuinigingsmaatregelen ontkomen we er niet aan om de inkomsten te verhogen door de lasten voor onze burgers, ondernemers en onze toeristen te verhogen. Iedereen moet zijn steentje bijdragen, ook aan het op orde brengen van de algemene reserve. We streven naar een eerlijke, aanvaardbare en evenwichtige verdeling van de lasten. Dit betekent:

  1. Een extra verhoging van de onroerende zaakbelastingen met 5% in zowel 2021 als in 2022. Dit betekent een hogere opbrengst in die jaren van respectievelijk € 275.000 en € 550.000.
  2. Op basis van het parkeerbeleidsplan, waartoe we u na de zomer een voorstel doen,  denken we op termijn de inkomsten te kunnen verhogen met structureel € 2.500.000. De hogere opbrengst kunnen we realiseren we door een mix van verruiming van het areaal, verlenging van het seizoen, vergroten van het tijdvenster, verhogen van de tarieven.
  3. In 2021 voeren we een differentiatie van de toeristenbelasting in. In dit model is er sprake van een laag tarief voor degene die een eigen verblijfsmiddel meenemen en een hoog tarief voor het overige verblijf. Het is een eenvoudige differentiatie  die de gemeenten Middelburg en Vlissingen (binnen onze belastingsamenwerking) ook toepassen. Hiermee realiseren we een betaalbare toeristenbelasting in relatie tot de verblijfsprijs.

H. De meicirculaire 2020 met informatie uit het gemeentefonds wat de gemeente ontvangt is gepubliceerd. Op basis hiervan kunnen we ten opzichte van de uitgangspunten voor 2021-2023 een hogere uitkering en voor 2024 een lagere uitkering uit het gemeentefonds ramen.

Woonlasten

De woonlasten baseren we op de aanslag gemeentelijke belastingen, bestaande uit de onroerende zaakbelastingen, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De woonlasten voor 2021 stijgen afhankelijk van het type huishouden met maximaal 12,4%.

De extra verhoging (bovenop het inflatiepercentage van 1,9%) van de onroerende zaakbelastingen met 5% is hiervoor al toegelicht. Voor de andere heffingen streven we naar volledige dekking van de kosten.

Uit de begroting 2020 bleek al dat de afvalstoffenheffing nog niet volledig kostendekkend is en er in 2021 een stijging noodzakelijk is. Inmiddels is deze berekend op 12,4%.

Het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2023 is in december 2019 vastgesteld.  Op basis hiervan is een stijging van de rioolheffing voorzien van 12,3% in 2021. In deze verhoging is rekening gehouden met een jaarlijks budget van € 50.000 voor (1) het ondersteunen/stimuleren van burgers en bedrijven om regenwater af te koppelen van de riolering en in te zetten op de speerpunten duurzaamheid en klimaatbestendigheid.

Hieronder zijn de totale woonlasten voor verschillende typen huishoudens grafisch weergegeven voor 2020 en 2021 in vergelijking met Zeeland (2020)

 

.

1e bestuursrapportage 2020

In de brief van 7 mei 2020 hebben wij u gemeld dat we de rapportage over het lopende jaar combineren met het Financieel Perspectief. We hebben dit uitgebreid gedaan in het scenario van de coronacrisis waarin we aangeven welke risico’s we dit jaar lopen. Deze risico’s verwerken we nog niet in de begroting. Die gaan we de komende tijd volgen en we komen, gelet op alle onzekerheden, met een eerstvolgende update in de 2e bestuurs-rapportage 2020.

 

Daarnaast is er een financiële rapportage over 2020 opgesteld. Belangrijkste mutatie hierin betreft het Sociaal Domein met hogere uitgaven van naar raming € 1,1 miljoen. Deze mutatie werkt door naar 2021 en is hiervoor uitgebreid toegelicht. Dit is een substantieel nadeel dat we ook niet in het lopende jaar kunnen ombuigen.

Een andere grote mutatie is de vrijval van de voorziening onderhoud gebouwen van € 0,5 miljoen. Per saldo is er sprake van een tekort van € 0,7 miljoen. Om dit nadeel te kunnen dekken beschikken we over de algemene reserve en nemen we dit ook mee in het plan van aanpak. De begrotingswijziging hiervoor is als bijlage bijgevoegd, maar ook als een beslispunt. 

 

Van een inhoudelijke rapportage over 2020 zien we op dit moment af. Dit heeft onder andere te maken met de bestuurswisseling. In ons Hoofdlijnenprogramma hebben we een koerswijziging aangekondigd. Dit heeft gevolgen voor de doelstellingen in de lopende en komende begroting. We werken deze uit en komen hierop terug in de 2e bestuursrapportage 2020 en de begroting 2021.