Meer
Publicatiedatum: 11-10-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf financiering

Paragraaf financiering

Algemeen

Het doel van deze paragraaf is om de financiële positie op basis van het door de Raad vastgestelde treasurystatuut te evalueren. De centrale doelstelling van het treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de gemeente. De treasury-functie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), de Wet Houdbare Overheids Financiën (HOF).

Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Dit zijn de indicatoren voor het treasury-beleid.

Financiering
Onderstaande tabel geeft het effect weer van de reguliere aflossing op de gemiddelde rente van de leningenportefeuille. In 2017 is een nieuwe lening aangetrokken van € 3.000.000. Deze geldlening heeft een looptijd van 40 jaar en een vast rentepercentage van 1,83%.  Na de reguliere aflossingen bedraagt de gemiddelde rente van de leningenportefeuille per 31 december 2017: 3,37%. In de begroting was uitgegaan van een gemiddelde rente na reguliere aflossing van 3,56%. Dit percentage is echter lager als gevolg van een lager rentebedrag.

Mutaties in leningenportefeuille

 

 

 

 

 

Bedrag

Gemiddelde rente

Invloed op gemiddelde rente

Gemiddelde rente na mutatie

Stand per 1 januari 2017 leningenportefeuille

35.998

3,44%

 

 

Nieuwe leningen

 3.000

 

 

 

Reguliere aflossingen

-2.613

4,38%

0,07%

3,37%

Vervroegde aflossingen

        0

        

        

        

Rente aanpassing (oud percentage)

0

 

 

 

Rente aanpassing (nieuw percentage)

0

 

 

 

Stand per 31 december 2017 leningenportefeuille

36.385

3,37%

 

 


Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is in de Wet FIDO opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de gemeenten hun financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kortgeld (looptijd ‹ 1 jaar) mogen financieren. De kasgeldlimiet voor 2017 bedroeg € 5.647.000. Dit is de bovengrens van de toegestane omvang van de kortlopende schuld. Per kwartaal wordt op grond van de Wet FIDO een berekening gemaakt of sprake is van een overschrijding van de kasgeldlimiet. Uit het overzicht blijkt dat er in het verslagjaar geen overschrijdingen zijn.

De kasgeldlimiet wordt optimaal benut vanuit de gedachte dat rente van kortlopend geld (bijv. daggeld en kasgeld) vrijwel altijd lager is dan van langlopende leningen. In 2017 was zelfs sprake van negatieve rente. In 2017 is, conform de richtlijnen in het treasurystatuut, diverse keren een kortlopende geldlening aangetrokken. De leningen konden steeds worden aangetrokken tegen een negatief rentepercentage van  -/- 0,38%.

Kasgeldlimiet per kwartaal 2017

 

 

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

 

Omvang begroting per 1 januari 2016

  66.433

  66.433

  66.433

  66.433

 

 

 

 

 

 

1)

Toegestane kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

- in procenten

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

 

- in bedrag

  5.647

    5.647

    5.647

    5.647

 

 

 

 

 

 

2)

Omvang vlottende korte schuld

 

 

 

 

 

- opgenomen gelden korter dan 1 jaar

2.000

0

1.167

0

 

- schuld in rekening-courant

399

   3.052

7

0

 

- gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

- overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

 

 

2.399

3.052

1.174

0

3)

Vlottende middelen

 

 

 

 

 

- contante gelden in kas

0

0

0

0

 

- tegoeden in rekening-courant

29

30

909

1.873

 

- overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

 

        29

30

909

1.873

4)

Toets kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

2.370

3.022

265

-1.873

 

Toegestane kasgeldlimiet (1)

5.647

5.647

5.647

5.647

 

Ruimte (+)/overschrijding (-);

3.277

2.625

5.382

7.520

 

Renterisiconorm

De wettelijke renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximum gesteld aan het renterisico op de langlopende lening portefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar zal worden aangepast.

De rente verantwoorden we centraal op het taakveld treasury. We rekenen vervolgens rente toe aan taakvelden die een relatie hebben met tarief gerelateerde producten, te denken aan de afval, riolering, parkeren en begraven. We doen dit op basis van investeringen die in het verleden gedaan zijn met de daarbij behorende oude rentepercentages. Ook rekenen we rente toe aan de grondexploitaties o.b.v. het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen.

Vanaf 2018 volgen we de notitie rente en passen we een omslagrente toe.


Op een begrotingstotaal van € 66.433.000 bedraagt de renterisiconorm € 13.287.000. In 2017 heeft herfinanciering plaatsgevonden om een ‘oude’ lening af te lossen. Onderstaand overzicht laat zien dat  na de reguliere aflossing het renterisico € 10.674.000  bedraagt. De nieuw aangetrokken lening bedraagt  € 3.000.000. We blijven daarmee ruim onder de renterisiconorm.

Renterisico vaste schuld over 2017
Berekening (bedragen x € 1.000)

 

 

Begroting 2017

Rekening 2017

1

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

2

Aflossingen

2.613

2.613

3

Renterisico

2.613

2.613

4

Renterisiconorm

13.287

13.287

5a

Ruimte onder renterisiconorm

10.674

10.674

5b

Overschrijding renterisiconorm

0

0

 

 

 

 

Berekening renterisiconorm

4a

Begrotingstotaal

66.433

66.433

 

 

 

 

4b

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

20%

20%

4

Renterisiconorm

13.287

13.287


Kredietrisiconorm
Onderstaande tabel geeft de risico’s weer die de gemeente Veere loopt op uitgeleende gelden. Het grootste risico vormt de geldlening verstrekt aan de Stichting Zeeuwland. Deze lening weegt voor 78% in het totale kredietrisico.

 

 Kredietrisico op verstrekte gelden

 

 

Risicogroep

Hypothecaire zekerheid

Restant schuld in € 1.000

%

Lokale verenigingen/stichtingen

neen

10

0,20

Overige instellingen

neen

352

7,21

Personeel

ja

0

0,00

Personeel

neen

6

0,12

Woningcorporaties

neen

3.825

78,40

Overige instellingen

ja

686

14,06

Totaal

 

4.879

100,00


Schatkistbankieren
De Wet HOF verplicht de lagere overheden alle geldelijke overschotten bij het Ministerie van Financiën te beleggen, om zo het overheidstekort binnen de grenzen van Europese doelstellingen te brengen en te houden.  Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 0,75% met een minimum van € 250.000.

Voor Veere gold als drempel in 2017: 0,75% x € 66.433.000 = € 498.248.