Meer
Publicatiedatum: 10-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen

Beschrijving

Inleiding

De gemeente Veere ziet het belang van risicomanagement. Zo beheersen we de risico’s die de bedrijfsvoering kunnen belemmeren. In deze paragraaf leggen we een relatie tussen de risico’s en de financiële weerstand.

 

Deze paragraaf is een onderdeel van het risicomanagementproces en geeft inzicht in het weerstandsvermogen van de gemeente Veere. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de financiële draagkracht van de gemeente als zich tegenvallers voordoen.

 

De paragraaf geeft in het kort weer waar de uitgangspunten van risicomanagement zijn vastgelegd (beleid) en uit welke componenten het weerstandsvermogen bestaat. Verder geven we inzicht in de opbouw van het risicoprofiel (de gesignaleerde risico’s), de opbouw van de weerstandscapaciteit (vrije middelen om de gesignaleerde risico’s in financiële zin op te kunnen vangen), het weerstandsvermogen (koppeling van de risico’s en de weerstandscapaciteit) en de kengetallen.

 

Risicomanagementbeleid

Het beleid (uitgangspunten en werkwijze) dat de gemeente voert ten aanzien van risico-management staat in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement.

 

De gemeente is verplicht zowel in de programmabegroting als in de programmarekening de risico’s te vermelden die de financiële positie van de gemeente kunnen beïnvloeden.

In de beleidsnota is ook vastgelegd dat we in de bestuurlijke rapportages rapporteren over de financiële positie. Bij het opstellen van de programmabegroting, de bestuurlijke tussenrapportages en jaarrekening moet er een zo goed mogelijk beeld van kwantificeer-bare risico’s aanwezig zijn. Dat betekent niet dat in de gemeentelijke huishouding geen financiële risico’s meer aanwezig zouden zijn. Net als iedere andere organisatie heeft ook de gemeente bij het uitvoeren van haar taken te maken met onzekerheden die kunnen leiden tot (financiële) nadelen.


Wat is weerstandsvermogen?

Het weerstandsvermogen bestaat uit:

  • De weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken.
  • Alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn.

 

Voorwaarden in een continu proces

Risicomanagement heeft op het niveau van de raad, het college en het ambtelijk management een structurele plek gekregen binnen de planning- en controlcyclus.

 

Eén van de voorwaarden voor een adequaat risicomanagement is dat bestuurlijke doelstellingen voor programma’s, strategische projecten en grondexploitaties helder zijn. Verder is het noodzakelijk dat zowel bestuur als management zich bewust zijn dat risicomanagement onderdeel is van het normaal besturen en managen van de gemeente. Dit betekent dat we het inventariseren van risico’s, het inschatten ervan en het treffen van beheersmaatregelen voortdurend in de praktijk toepassen.

 

Risico-inventarisatie

We hebben de risico’s systematisch in kaart gebracht en beoordeeld. Er zijn 75 risico’s in beeld gebracht. Verder is inzichtelijk wat de risicoscore (kans x gevolg) is voor en na het implementeren van beheersmaatregelen. Om een risicoweging mogelijk te kunnen maken zijn alle risico’s gewogen op kans van voorkomen en financieel gevolg. Voor de kans en het gevolg zijn scoreklassen gedefinieerd waardoor de uiteindelijke risicoscore ligt tussen de 0 (minimaal) en 25 (maximaal). De gemiddelde risicoscore voor de gemeente is 6,4.

 

Beheersmaatregelen

We vergelijken de gemiddelde risicoscore (kans x gevolg) voor en na de maatregelen, wat de invloed van de gedefinieerde beheersmaatregel laat zien. De getroffen maatregelen zijn bedoeld om óf de kans van een risico te verlagen óf de gevolgen te reduceren. Hierdoor neemt de risicoscore af en zal de totale impact van de risico’s op de organisatie afnemen. Beheersmaatregelen zijn te onderscheiden in twee categorieën: financieringsmaatregelen en control-maatregelen.

 

Een financieringsmaatregel is een maatregel waarbij het risico niet gereduceerd wordt, maar dat er financieel gezien dekking voorhanden is als het risico zich daadwerkelijk voordoet. Om risicomanagement effectief te laten zijn is het daarnaast wenselijk om bij het benoemen van beheersmaatregelen ook te kijken naar ‘control-maatregelen’. Dit zijn maatregelen die de kans van optreden of de directe gevolgen van een risico kunnen reduceren.

 

De risicokaart

 

Om meer inzicht te krijgen in de spreiding van de risico’s naar kans, optreden en gevolg, gebruiken we de risicokaart (zie hieronder). De nummers gevende aantallen risico’s weer die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Dit maakt inzichtelijk hoe de risico’s zijn verdeeld over het groene, oranje en rode gebied.

 

 

Een risicoscore in het groene gebied, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Risico’s die in het oranje gebied zitten vragen om aandacht. Ze vormen individueel nog geen reëel gevaar voor de continuïteit van de organisatie, maar naarmate de tijd vordert, kan het risico wel een bedreiging gaan vormen. Het is aan te raden niet te lang te wachten met het uitvoeren van beheersmaatregelen.

 

Uit de risicokaart blijkt dat er zich relatief veel risico’s in de groen en oranje zone bevinden (onder/midden) in de risicokaart. Bij beheersing van deze risico’s die veel voorkomen kunnen we op korte termijn kostenreductie realiseren. Op langere termijn kunnen we serieuze bedreigingen van de continuïteit van de bedrijfsvoering voorkomen. Een risico dat zich in het rode gebied bevindt, vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie in gevaar komt.

 

Weerstandscapaciteit

Met het risicoprofiel van de gemeente Veere kunnen we bepalen hoeveel geld nodig is om alle risico’s te kunnen financieren. De benodigde weerstandscapaciteit berekenen we met een risicosimulatie. Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die er van uit gaat dat nooit alle risico’s zich én tegelijk, én in hun maximale omvang voordoen. Door deze benadering kunnen we op een verantwoorde manier minder vermogen aanhouden. In totaal zijn er voor de gemeente 75 risico’s geïdentificeerd en gekwantificeerd. Als we rekening houden met de kans op voorkomen en verwacht geldelijk gevolg stellen we vast dat van de simulaties het totale risicobedrag ca € 5,3 miljoen bedraagt.

 

Risico top 10

In de hiernavolgende tabel geven we de top 10 risico’s van de gemeente Veere weer, gerangschikt naar financiële impact. Het percentage geeft in grote lijnen de weging van het betreffende risico aan t.o.v. het totaal aan risico’s.

 

 

Risico

Gevolgen

Invloed

2020

1

Het niet uitwerken van diverse onderdelen van het project/programma Veelzijdig Veere en Oostwatering.

Tijdens de uitwerking van de onderdelen zal blijken of de diverse onderdelen c.q. de gestelde doelen al dan niet budgettair neutraal uitvoerbaar zijn. Het niet verbeteren van de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit van de historische stad Veere en omgeving.

12,1%

2

2

Uitvoeren van de Jeugdwet, WMO en Participatiewet.

Er is sprake van open einde regelingen. Het jaarlijkse budget is ontoereikend om de voorzieningen en uitvoeringskosten te betalen.

11,6%

1

3

Afhankelijkheid van leveranciers ICT.

Door de afhankelijkheid van voornamelijk één leverancier lopen we risico wanneer deze failliet gaat. Bij faillissement van een leverancier functioneren systemen niet meer en moeten we extra kosten maken om alles weer op de rit te krijgen.

9,2%

3

4

Algemene uitkering gemeente-fonds.

Er komt een herziening van de verdeling van het gemeentefonds aan die negatieve herverdeel-effecten kunnen hebben. Dit kan een begrotingstekort tot gevolg hebben.

5,5%

5

5

Schadevergoedingen betalen na rechterlijke uitspraak.

In de praktijk komt het voor dat er in juridische zaken met bedrijven de rechter een schadeclaim toekent (bijvoorbeeld i.v.m. derving van inkomsten).

5,4%

6

6

Het (niet) nakomen van gewekte verwachtingen in de samenleving.

Er ontstaat een slecht imago als we niets met plannen uit samenleving doen. Als we wel geheel of gedeeltelijk voldoen aan verwachting kan dit leiden tot hogere kosten.

3,6%

7

7

Schade door extreem hoog water.

Hierdoor kan er schade ontstaan aan duinovergangen en –trappen. Tevens is de toegankelijkheid van de stranden in het geding.

3,3%

 N

8

Verhoging van de jaarlijkse bijdrage per inwoner aan gemeenschappelijke regelingen.

Op verschillende manieren proberen we grip te krijgen op gemeenschappelijke regelingen. Er kan sprake zijn van een overschrijding van de begroting met een hogere bijdrage voor de deelnemers. Gevolg hiervan kan zijn een begrotingstekort.

3,3%

6

9

Bodemverontreiniging.

Regelmatig worden we geconfronteerd met onvoorziene historische verontreiniging in de ondergrond.

3,3%

8

10

Hogere aanneemsom dan geraamd als gevolg van marktontwikkeling.

O.a. op het gebied van vastgoed is er sprake van marktwerking en bestaat het risico dat er aanvullend budget nodig is om doelen te bereiken.

2,6%

10

Tabel: Top 10 risico’s rekening 2019.

 

De top 10 is ten opzichte van de laatste rapportage gewijzigd. Dit komt door nieuwe risico’s en een wijziging in kwantificering van bestaande risico’s. In bovenstaande tabel staat in de kolom 2019 de positie in de top 10 in de begroting 2020 (opgesteld in het najaar 2019). Met een (N) betekent een nieuw risico in de top 10 van 2019. In vergelijking met de begroting 2020 is het volgende risico’s nieuw:

  • Schade door extreem hoog water aan duinovergangen en –trappen.

Het volgende risico’s is er nog wel maar staan niet meer in de top 10:

  • Grondexploitaties (marktwaarde versus boekwaarde); voor Serooskerke-Oost en Aagtekerke zijn in 2019 grondexploitaties vastgesteld.

 

Risico’s en weerstandscapaciteit

Om de risico’s te kunnen opvangen is het van belang dat de gemeente over een buffer beschikt die hiervoor voldoende is, de zogenaamde weerstandscapaciteit.

 

Onbenutte belastingcapaciteit

Hieronder verstaan we de mogelijkheid die de gemeente heeft om de belastingen te verhogen. Bij tarieven waar kostendekking een rol speelt is van onbenutte belasting-capaciteit sprake, als er nog geen volledige kostendekking is gerealiseerd. Aan de hoogte van de overige tarieven is theoretisch geen bovengrens gesteld; de gemeente kan deze echter niet tot in het oneindige verhogen. De onbenutte belastingcapaciteit maakt geen onderdeel uit van de berekening van de weerstandscapaciteit.

 

Onvoorziene uitgaven

Voor onvoorziene uitgaven zijn in de begroting jaarlijks bedragen opgenomen van € 100.000 voor eenmalige en jaarlijks € 25.000 tot en met 2022 voor structurele uitgaven.

 

Vrij besteedbare reserves

Als vrij besteedbare reserves beschouwen wij de algemene reserves.  

 

Stille reserves

Van stille reserves is sprake wanneer de marktwaarde van bepaalde activa hoger is dan de op de balans opgenomen boekwaarde. De aanwezigheid van dergelijke stille reserves is een onvermijdelijk gevolg van het voorschrift dat de boekwaarde van de activa gebaseerd moet zijn op de historische kostprijs. Voorzichtigheidshalve nemen wij deze stille reserves niet mee in de berekening van de weerstandscapaciteit.

 

De beschikbare weerstandscapaciteit is als volgt bepaald:

 

weerstandscapaciteit per 31/12 (x1.000) 2018 2019 2020 2021 2022 2023
algemene reserve 21.070 19.452 16.770 16.331 16.005 16.058
bestemmingsreserves 0 0 0 0 0 0
onvoorzien 0 0 134 181 210 235
beschikbare weerstandscapaciteit 21.070 19.452 16.905 16.512 16.215 16.293
gemiddeld in jaar x 21.170 20.261 18.178 16.708 16.364 16.254

Tabel: weerstandscapaciteit (x € 1.000)

 

Wijzigingen in weerstandscapaciteit

In deze paragraaf presenteren wij een onderbouwing van de beschikbare weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit geeft een gewijzigd beeld ten opzichte van de begroting 2020. Dit komt voornamelijk door wijzigingen in de geplande bestedingen ten laste van de van de algemene reserve.

 

Weerstandsvermogen: koppeling weerstandscapaciteit en financiële risico’s

In het voorgaande is zowel de benodigde als de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald. In deze paragraaf leggen we een relatie tussen deze twee componenten om het weerstandsvermogen van de gemeente Veere te bepalen. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kunnen we afzetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

 

                                                                      Beschikbare weerstandscapaciteit

Ratio Weerstandsvermogen =       --------------------------------------

                                                                        Benodigde weerstandscapaciteit

 

Voor Veere betekent dit, gebaseerd op de gemiddelde weerstandscapaciteit in 2023, een ratio van € 16,3 / € 3,9 = 4. Als we de huidige omvang van het risicoprofiel afzetten tegen de gemiddelde weerstandscapaciteit in de komende jaren, zien we dat de ratio zich als volgt ontwikkelt:

 

Bron/Jaarschijf 2018 2019 2020 2021 2022 2023
kadernota 2017 5,2 5,1 5,0 5,9    
Begroting 2018 6,6 6,0 5,8 5,7 5,7  
Jaarrekening 2017 4,8 5,6 6,1 5,7 5.5  
begroting 2019 0,0 5,4 5,0 4,5 4,4  
Jaarrekening 2018 5,2 4,5 3,9 3,7 3,7  
Begroting 2020 0,0 0,0 4,1 3.6 3,6 3,5
Jaarrekening 2019 0,0 5,1 4,6 4,2 4,2 4,1

Tabel: Ratio weerstandsvermogen

 

Beoordeling weerstandsvermogen

Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van de volgende waarderingstabel:

 

 

Beoordelingstabel weerstandsvermogen

Klasse

Ratio

Betekenis

A

> 2

Uitstekend

B

1,4 - 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 - 1,4

Voldoende

D

0,8 - 1,0

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

 

Gelet op ratio van 4 in 2023 betekent dit dat, ondanks een dalende reeks, het weerstandsvermogen uitstekend is en ligt boven de streefnorm (voor Veere 1,4 – 2,0).

 

In de begroting 2020 is een voorstel gedaan en aangenomen om het beleid met betrekking tot het weerstandsvermogen te wijzigen. Concreet betekent dit dat we de bestemmingsreserves niet meer meenemen in de berekening van het weerstandsvermogen. Daar is in deze berekeningen al rekening gehouden.

 

Een opmerking bij deze berekening is dat bij de begroting 2020 is besloten om de opbrengst precariobelasting voor kabels en leidingen te bestemmen voor de investeringen in maatschappelijke voorzieningen. Deze opbrengst maakt nu nog onderdeel uit van de algemene reserve.

In de nota reserves en voorzieningen 2020, die nog niet is vastgesteld door de raad, is een voorstel opgenomen om de over te boeken kredieten af te zonderen van de algemene reserve in een aparte bestemmingsreserve.

Beide besluiten effectueren we in 2020 en betekenen een mutatie in de algemene reserve. Het weerstandsvermogen daalt hierdoor, maar is nog steeds ruim boven de streefnorm blijft.

 

Kengetallen
Het financieel beeld dat uit kengetallen naar voren komt is belangrijk voor het inzicht in de financiële positie.

In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten zijn nu in totaal vijf financiële kengetallen opgenomen. De provinciale toezichthouders hebben een normering aangegeven (zie onderstaande tabel.

 

1. Netto-schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. We zien een stijging van het percentage wat mede verband houdt met voorgenomen investeringen. Het percentage blijft ruim binnen de norm.

2. De solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De percentages worden als gemiddeld gezien.

3. Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. In 2016 heeft een stelselwijziging plaatsgevonden, waardoor de categorie niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG) niet meer bestaat. De bedragen die voorheen onder NIEGG vielen zijn nu op de balans opgenomen als immateriële vaste activa of materiële vaste activa. De commissie BBV geeft aan dat in de berekening NIEGG op 0 gezet moet worden. Dit geeft een sterke daling van het kengetal grondexploitatie te zien ten opzichte van eerdere begrotingen.

4.Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

5. Belastingcapaciteit
De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. Deze kengetallen zijn ook in de paragraaf Lokale heffingen opgenomen. Uit deze percentages blijkt dat we ook hier binnen de minst risicovolle norm van de toezichthouder blijven.

De kengetallen worden in onderstaande tabel weergegeven.

 

 

Coronacrisis

De uitbraak van het coronavirus COVID-19 eind februari 2020 heeft grote impact op de Nederlandse samenleving en ook op onze gemeente. Bij het nemen van maatregelen stond en staat nog steeds de gezondheid van onze medewerkers en anderen voorop.

Vanaf het begin van de crisis hebben wij zowel bestuurlijk als ambtelijk een belangrijke rol in de crisisorganisatie van de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). Naast deze actieve inbreng provinciaal, zijn we zelf vanaf het begin ook zeer actief. In de ambtelijke werkgroep Corona hebben we alle belangrijke disciplines bij elkaar gebracht. De werkgroep richt zich vooral op de continuïteit van het werk en de personele zorg. Tussen de werkgroep en de VRZ vindt regelmatig afstemming plaats.
Wij hebben de afgelopen periode meerdere besluiten genomen over noodmaatregelen. Deze waren gericht op steun aan ondernemers, burgers, verenigingen en instellingen.

Wij hebben de (mogelijke) gevolgen van de Coronacrisis in beeld. Uiteraard voor zover nu mogelijk is. Veel is nog onduidelijk. Dit geldt ook voor de financiële gevolgen voor onze gemeente. We houden de (extra) kosten en urenbesteding bij. De komende tijd moet duidelijk(er) worden wat de Coronacrisis voor ons financieel betekent of kan beteken en welke maatregelen we verder kunnen nemen.

Wij zien de (mogelijke) gevolgen op meerdere gebieden zoals de dienstverlening, de beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering en de bedrijfsvoering. Deze gebieden hebben naast een inhoudelijke kant ook een financiële kant.

We hebben nu nog geen zicht op de financiële gevolgen van de crisis. We weten niet hoelang de crisis gaat duren en wat de effecten hiervan zijn.
We hebben wel de risicogebieden in beeld en wat de (mogelijk) financiële gevolgen zijn. Wij noemen in onderstaand overzicht een aantal risicogebieden met risico’s.

1 Participatiewet/BUIG. De werkloosheid neemt fors toe. Dit heeft nu al geleid tot meer verzoeken om een bijstandsuitkering. Het aantal verzoeken zal verder toenemen verstrekken. Dit leidt tot hogere kosten die wij (nog) niet geraamd hebben.

2 Sociaal Domein. Er is een toename van zorg te verwachten. Dit zal mogelijk in uitdrukking komen van meer inwoners die behoefte aan zorg nodig hebben, Anderzijds is er ook een stijging/uitbreiding te verwachten van bestaande zorg bij bestaande klanten. Ook de inkomsten dalen. Een voorbeeld hiervan is dat de eigen bijdragen abonnementstarieven twee maanden niet geïnd worden.

3 Schuldhulpverlening. Inwoners verliezen hun baan en de inkomensachteruitgang kan leiden tot meer schuldenproblematiek met hogere kosten als gevolg.

4 Bijzondere bijstand. Meer inwoners in de bijstand (zie 1) leidt ook tot meer mensen die een beroep doen op de bijzondere bijstand. Dit leidt weer tot hogere kosten.

5 Gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. De effecten van de Coronacrisis op het gemeentefonds zijn niet te voorspellen is. In de zogenaamde meicirculaire van het rijk ontvangen wij actuele informatie over de uitkeringen in het gemeentefonds.
6 Eigen inkomsten. Door minder bezoek aan onze gemeente hebben we minder parkeeropbrengsten. De maatregelen in de toeristische sector leiden tot minder opbrengst toeristenbelasting. Verder verwachten we door onder andere faillissementen minder belastingopbrengsten. Ten slotte verwachten we dat inkomensachteruitgang van inwoners zal leiden tot meer kwijtscheldingen van belastingen waardoor de opbrengst minder wordt.

7 Grondexploitatie. De Coronacrisis kan leiden tot minder grondverkopen dan gepland. Dit leidt tot renteverlies op de grondexploitatie. Mogelijk dat we geplande infrastructurele werken kunnen uitstellen.

8 Verbonden partijen. De crisis heeft ook gevolgen voor onze gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden. Ook die brengen de (financiële) gevolgen in beeld. Zoals bijvoorbeeld bij de Veiligheidsregio Zeeland, GGD en Orionis.

9 Gesubsidieerde instellingen. Wij verwachten verzoeken om extra financiële steun van verenigingen, stichtingen en andere organisaties die subsidie van ons ontvangen. Naast mogelijk meer subsidies vallen ook subsidie (gedeeltelijk) weg omdat bijvoorbeeld gesubsidieerde activiteiten niet doorgaan.

10 Gewaarborgde geldleningen. Mogelijk doen organisaties wegens financiële problemen een beroep op de garantie die wij verleend hebben.

11 Bedrijfsvoering: o.a. faciliteiten thuiswerken en meer personele capaciteit voor uitvoeren maatregelen, ziekte en opnemen verlof na crisis.

Wij verwachten dat niet alle effecten (volledig) in 2020 zullen vallen. Bepaalde effecten kunnen later optreden.
Een speciale werkgroep op landelijk niveau brengt in beeld welke informatie nodig is voor het bepalen van een reële compensatie.

Wij hanteren nu de volgende uitgangspunten:
1 het rijk vergoedt een gering deel van de hogere kosten en gederfde inkomsten.
2 de meerkosten dekken we waar mogelijk met bestaande budgetten.
3 De financiële effecten die overblijven, komen ten laste van het begrotingsresultaat/ algemene reserve.
4 Bij het financieel perspectief 2021-2024 (kadernota) presenteren we een herstelplan voor de algemene reserve.

Bij het opmaken van de jaarrekening hebben wij onvoldoende informatie om op basis van het bovenstaande voor onze gemeente een financiële risicoberekening te maken. Wij blijven de landelijke ontwikkelingen en de (financiële) impact voor onze gemeente op de voet volgen. Wij informeren de raad in de P&C cyclus en op andere momenten als dat nodig is.