Meer
Publicatiedatum: 01-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financiën

1. Financiële positie meerjarenramingen

De financiële positie actualiseren we op basis van de uitgangspunten voor het opstellen van de meerjarenramingen 2020-2023 (zie apart document bij raadsvoorstel: 19B.03550), de autonome ontwikkelingen (zie bijlage II) en de begrotingswijzigingen uit 2019 die een structureel gevolg hebben voor 2020 e.v..

Verder verwerken we de financiële gevolgen voor respectievelijk de topprioriteiten en de programma’s uit het werkprogramma (zie bijlage I). De financiële paragraaf ziet er dan als volgt uit.

  meerjarenramingen 2020 2021 2022 2023
  bedragen x 1.000  
           
  Saldo meerjarenramingen begroting 2019  €                -    €                -    €           -292  €           -292
  Bijstelling o.b.v. uitgangspunten  €             836  €             923  €             892  €             936
  Autonome ontwikkelingen  €             607  €             424  €             418  €             423
  Saldo begrotingswijzigingen  €           -179  €           -187  €           -199  €           -199
  Tekort in meerjarenramingen 2020-2023  €         1.263  €         1.159  €             819  €             868
           
  prioriteiten werkprogramma 2020 2021 2022 2023
  bedragen x 1.000  
           
1 Duurzaamheid  €               40  €                -    €                -    €                -  
2 Balans toerisme-recreatie en leefbaarheid  €             122  €               67  €               67  €               67
3 structuur en cultuur organisatie  €             427  €             478  €             478  €             478
4 Samenwerking en organisatie Sociaal Domein  €             254  €             207  €             207  €             207
5 Vraaggerichte woningbouw  €                -    €                -    €                -    €                -  
6 Toekomstig maatschappelijk vastgoed  €                -    €                -    €                -    €                -  
           
  Programma's werkprogramma/begroting        
  Bestuur en ondersteuning  €                -    €                -    €                -    €                -  
  Veiligheid  €                -    €                -    €                -    €                -  
  Verkeer- en vervoer  €             260  €             184  €             200  €             215
  Economie  €               22  €               22  €               22  €               22
  Onderwijs  €                -    €                -    €                -    €                -  
  Sport- en cultuur  €             407  €             416  €             416  €             416
  Sociaal Domein  €                -    €                -    €                -    €                -  
  Volksgezondheid en milieu  €               15  €               15  €               15  €               20
  VHROSV  €             326  €               60  €               40  €               40
  Bedrijfsvoering  €             186  €             133  €             133  €             133
           
  Saldo meerjarenramingen (nodig)  €         3.322  €         2.742  €         2.398  €         2.466

In de planning 2020-2023 zijn ook incidentele prioriteiten opgenomen tot een bedrag van € 1,3 miljoen.

2. Financiële dekking

Structureel

Na verwerking van de uitgangspunten voor de begroting, de begrotingswijzigingen 2019 en de prioriteiten 2020-2023 ziet het te dekken tekort als volgt uit:

meerjarenramingen 2020 2021 2022 2023
bedragen x 1.000  
saldo totaal  €         3.322  €         2.742  €         2.398  €         2.466
waarvan incidenteel (incl. autonoom)                     €             977  €             125  €               95  €             100
         
structureel tekort  €         2.346  €         2.616  €         2.303  €         2.366

 

We stellen voor het structurele tekort als volgt te dekken:

 

meerjarenramingen 2020 2021 2022 2023
bedragen x 1.000  
dekking         
Toeristenbelasting  €         1.152  €         1.152  €         1.152  €         1.152
Parkeerheffingen   €             421  €             421  €             421  €             421
Onroerende zaak belasting/forensenbelasting  €             140  €             140  €             140  €             140
Algemene uitkering  €             735  €             735  €             735  €             665
         
Totaal dekking  €         2.448  €         2.448  €         2.448  €         2.378

 

Toeristenbelasting

We verwachten voor 2020 en volgende jaren een hogere opbrengst toeristenbelasting. Dit kunnen we als volgt specificeren:

  1. Een groei in 2018 van ca. 150.000 overnachtingen.
  2. Een autonome groei in 2019 van het aantal overnachtingen met 5%. Dit heeft te maken met de aanscherping in de verordening toeristenbelasting met ingang van 2019 op het punt van de bedrijfsmatig verhuurde accommodaties en de algemene groei die we verwachten voor 2019. De afgelopen 3 jaar was er sprake van een groei van 5 tot 8% per jaar.
  3. Naast de inflatieverhoging van € 0,05 met ingang van 2020 stellen we voor om een extra verhoging met € 0,12 door te voeren. Van deze extra verhoging dient € 0,07 er voor om de jaarlijkse kosten van zandsuppletie te dekken. De andere € 0,05 zetten we in als dekking van overige hogere uitgaven die een relatie hebben met recreatie en toerisme.

 

Parkeerheffingen

We stellen voor om met ingang van 2020 de uurtarieven te verhogen met € 0,30 en de tarieven voor dagkaarten met € 1,--.

 

Onroerende zaakbelastingen en forensenbelasting

We stellen voor om deze belastingen extra te verhogen met 2% met ingang van 2020.

 

Algemene uitkering

 Voor 2020 ontvangen we compensatie voor inflatie (€ 550.000) in de algemene uitkering. Verder hebben we, voortuitlopend op de doorrekening van de meicirculaire 2019, voor 2020 tot en met 2022 een aanname verwerkt als compensatie voor de gestegen kosten van de jeugdzorg van € 185.000 per jaar.

 

Incidentele prioriteiten

In deze kaderbrief zijn incidentele prioriteiten voor 2020 – 2023 tot een bedrag van € 1,297 miljoen. We dekken dit bedrag uit de volgende incidentele middelen:

  1. Rekeningsaldo 2018, na aftrek van de over te boeken budgetten (dekking via algemene reserve): € 364.000.
  2. Vrijval van een voorziening in de loop van 2019 (dekking via de algemene reserve): € 585.000.
  3. Gedeeltelijk vrijval van de stelpost maatschappelijk vastgoed 2019 inzetten voor de begroting 2020 (€ 318.000). Vanaf 2020 reserveren we deze vrijval voor het Maatschappelijk Vastgoed.
  4. Bestaande budget Omgevingswet (2019): € 30.000.

3. Financieel gezond

In het werkprogramma hebben we o.a. als doelstelling aangegeven dat we willen bouwen aan een in financieel opzicht gezond Veere. In de loop van de tijd hebben we in voorgaande P&C-documenten (begroting, kadernota e.d.) financiële kengetallen genoemd. Deze kengetallen zijn o.a. voor de provincie in het toezicht op gemeenten signaleringswaarden. We kiezen als uitgangspunt voor een gezonde financiële positie: gemiddeld risicovol. Dit betekent concreet de volgende uitgangspunten:

  • De schuldquote is maximaal 130% van het totale saldo van de baten van de begroting; dit geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen.
  • De solvabiliteitsratio is minimaal 20%; dit geeft de mate aan waarin de gemeente aan haar verplichtingen kan voldoen.
  • De grondexploitatie is maximaal 35%; dit percentage geeft aan de waarde van de grond in verhouding tot de totale baten.
  • De structurele exploitatieruimte is 0% of hoger; dit geeft aan dat de begroting structureel in evenwicht is of structurele ruimte heeft.
  • Belastingcapaciteit is maximaal 105% van het landelijk gemiddelde (woonlasten meerpersoonshuishouden).

 

 

A. Minst risicovol

B. Gemiddeld risicovol

C. Meest risicovol

netto-schuldquote

 <90%

90-130%

>130%

netto-schuldquote gecorrigeerd

90%

90-130%

>130%

solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

structurele exploitatieruimte

>0%

0%

<0%

belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

4. Lokale lasten

Onroerende zaakbelastingen

In het dekkingsvoorstel voor de begroting 2020 stellen we voor om de OZB extra te verhogen met 2%. De totale verhoging (inclusief inflatie) komt dan op 4% voor 2020.

 

Afvalstoffenheffing

Het uitgangspunt ten aanzien van de afvalstoffenheffing is 100% kostendekking. Dit betekent dat we de kapitaallasten van nieuwe investeringen en de hogere exploitatie-lasten (incl. BTW) in de tarieven doorberekenen op grond van de investeringsplanning.

De voorziening afvalstoffenheffing heeft als functie om, zolang 100% kostendekking nog niet is bereikt en de voorziening toereikend is, het verschil te dekken tussen de lasten (inclusief rente en BTW) en baten van de afvalinzameling en –verwerking. In 2020 en 2021 zijn de laatste onttrekkingen aan de voorziening gepland. Vanaf 2022 is deze volledig benut.

Op dit moment lopen er pilots ten aanzien van het scheiden van huishoudelijk restafval. De keuze die de raad hierover in het najaar gaat maken is bepalend voor de kosten en de hoogte van de tarieven afvalstoffenheffing. Bij de begroting werken we dit uit.    

 

Rioolheffing

Met betrekking tot de rioolheffing is het uitgangspunt 100% kostendekking. Het beleid ten aanzien van het rioolheffing is dat we de kapitaallasten van nieuwe investeringen en de hogere exploitatielasten (incl. BTW) in de tarieven doorberekenen op grond van de investeringsplanning. De investeringsvolumes en exploitatielasten zijn gebaseerd op het gemeentelijk rioleringsplan.

In het najaar is een herziening van dit plan gereed en dient als onderbouwing voor het tarief de komende jaren. De eerste berekeningen wijzen uit dat we rekening moeten houden met een stijging van de rioolheffing met 8-10%. Hierin nemen we mee een algemene kostenontwikkeling op al geplande investeringen van 10% en een stijging van de energiekosten (o.a. door belastingmaatregelen) van 25%.

 

Lastendruk

Het voorgaande betekent dat een huishouden (zowel eenpersoon als meer persoons) rekening moet houden met een stijging van de lastendruk in 2020 van 4 tot 4,5%.

5. Budgettaire risico's

We signaleren nog de volgende budgettaire risico’s.

  1. De gesprekken over een nieuwe CAO per 1-1-2019 lopen op dit moment nog steeds. In de begroting 2019 hielden we rekening met een stijging van de loonkosten met 3%. Voor 2020 houden we rekening met 2,9%. Als we kijken naar de inzet van de vakbonden en de reactie van de VNG/werkgevers bestaat de kans dat de stijging hoger uitvalt.
  2. In de aanloop naar de invoering van de Omgevingswet verwachten we minder aanvragen voor een omgevingsvergunning en als gevolg daarvan een lagere legesopbrengst.
  3. Op het moment van vaststellen van de kaderbrief 2019 door ons college was de meicirculaire 2019 net uitgebracht. Inmiddels hebben we die globaal doorgerekend en komen tot de conclusie dat er sprake is van een slecht meerjarenperspectief. We komen daar op terug bij de begroting 2020.
  4. Voor de compensatie van de gestegen kosten in de jeugdzorg hebben we op basis van informatie die begin mei bekend werd een inschatting gedaan.
  5. Op dit moment loopt er een onderzoek naar het gemeentefonds omdat er knelpunten zaten in de verdeling (o.a. de middelen voor het sociaal domein). In het onderzoek loopt ook de verhouding van de eigen inkomsten (toeristenbelasting en forensenbelasting) tot de totale uitkering. Dit kan tot herverdeeleffecten leiden met ingang van 2021.
  6. Inmiddels zijn er begrotingen 2020 van gemeenschappelijke regelingen ontvangen die in juli in de gemeenteraad aan de orde komen. Die begrotingen hebben financiële consequenties (hoger dan de VZG-richtlijn) die zijn nog niet meegenomen.