Meer
Publicatiedatum: 13-06-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Topprioriteiten

1. Duurzaamheid

In 2017 stelde de gemeenteraad het duurzaamheidsplan 2017 – 2020 vast. Uitvoeren van dit duurzaamheidsplan is één van de speerpunten van de gemeente Veere. In het duurzaamheidsplan definieerden we diverse routes die we de komende jaren verder uitwerken. Van ambitie via planvorming tot de werkelijke realisatie is een proces van lange adem. Aan de hand van diverse thema’s geven we aan wat we de komende jaren willen doen om de Veerse ambitie te realiseren.

 

Energietransitie

Het belangrijkste thema voor de komende periode zowel landelijk, regionaal als lokaal is de energietransitie. Onze ambities zijn een energie-neutrale organisatie in 2030 en een energie-neutrale gemeente in 2050. We kiezen ervoor om deze opgave programmatisch op te pakken.

 

Wat gaan we daarvoor doen in 2020 en verder? 

  • Uitvoering geven aan de Regionale Energiestrategie Zeeland. Deze visie maken we in 2019 en de uitvoering start vanaf 2020.
  • Opstellen transitievisie warmte. Eén van de onderdelen uit de regionale strategie is het opstellen van het plan waarin we aangeven welke wijk of kern wanneer van het gas afgaat. Dit plan maken we in 2020. Hier zijn extra middelen voor nodig.
  • Opstellen afwegingskader zonne-energie en kleine windmolens. Om in te spelen op allerhande verzoeken stellen we in 2020 een afwegingskader op.
  • Onderzoek naar de inzet van aquathermie. Dit is de verzamelnaam voor de winning, opslag en distributie van warmte en/of koude uit riool-, afval-, drink- en oppervlaktewater. Samen met het Waterschap onderzoeken we in 2020 de mogelijkheden voor de inzet van aquathermie in Veere.
  • We faciliteren nieuwe postcoderoosprojecten als die zich aandienen. De postcoderoosregeling vloeit voort uit het Energieakkoord 2013 en is bedoeld om de opwekking van lokale en duurzame energie te stimuleren.  
  • Verduurzamen bestaande woningvoorraad. We nemen deel aan diverse projecten om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen. Als voorbeeld noemen we: Warmtescan, Platform Energiek Zeeland en Verduurzamen monumenten.
  • Energieneutraal maken gemeentelijke gebouwen. De komende jaren maken we alle gemeentelijke gebouwen (bijna) energieneutraal; de kosten dekken we uit bestaande (project)budgetten (Maatschappelijk Vastgoed 2025, stelpost energiebesparing) of door onder te brengen in postcoderoosprojecten (compensatie).
  • Aanpassen gemeentelijk materieelpark. Voor 2030 maken we het hele voertuigpark zero-emissie. Het knelpunt zijn de zwaardere bedrijfsvoertuigen. In 2020 herzien we het materieelplan om hier goed op te anticiperen.
  • Optimaliseren rioolgemalen. Rioolgemalen zijn grote energiegebruikers. Door optimalisatie kunnen we het verbruik verminderen maar niet terugbrengen naar energieneutraal. Hiervoor moeten we dan ook compenseren. In 2021 doen we een voorstel hiertoe.
  • Verminderen lichtmasten. Ook lichtmasten zijn grote energiegebruikers. Er is voldoende budget om het verbruik aanzienlijk te verminderen. Een maatregel die direct oplevert is het afstoten van lichtmasten; in 2020 komen we met een voorstel. De rest moeten we compenseren; hiervoor volgt een voorstel in 2021.

 

Klimaatadaptatie – verantwoord waterbeheer

Een ander belangrijk thema is klimaatadaptatie. De veranderingen in klimaat maken het noodzakelijk om na te denken over de effecten op de inrichting van de omgeving. We moeten naar een inrichting van de ruimte en het watersysteem wat zowel in droge, warme, als natte tijden voldoende functioneert.

 

Wat gaan we daarvoor doen in 2020 en verder?

  • Programma klimaatadaptie. We stellen een programma klimaatadaptie op.
  • Klimaatstresstest en visie openbare ruimte. In 2019 voeren we de klimaat-stresstest uit. Die vertalen we in 2019 naar een gemeentelijke nota Klimaat-adaptatie. In de in 2020 op te stellen visie Openbare ruimte, nemen we onderdelen uit de stresstest - als meer ruimte voor waterberging, voor waterretentie en voor groen in de openbare ruimte – op.
  • Uitvoeren verbreed Gemeentelijk Riolerings Plan (vGRP). Eind 2019 stellen we het geactualiseerde vGRP vast. In 2020 starten we met de uitvoering. We nemen nu op dat er (nog) geen extra middelen nodig zijn om de ambities uit het plan te realiseren. Dit omdat u als raad nog keuzes moet maken ten aanzien van het ambitieniveau. De tarieven zullen wel fors stijgen vanwege prijsstijgingen als gevolg van duurdere bouwmaterialen en energieprijzen. 
  • Waterbassins buitengebied. In 2019 maken we een nota Landelijk gebied als opvolger van de Landbouwnota. In samenspraak met de stakeholders in het buitengebied onderzoeken we de gevolgen van te droog en/of te nat en de mogelijkheden van waterbassins in het buitengebied. Voor experimenten en onderzoek zijn aanvullende middelen nodig.

 

Biodiversiteit

We willen een leefbare fysieke ruimte die zo is ingericht en onderhouden wordt dat het er schoon, heel veilig én aangenaam verblijven is, maar ook dat er ruimte is voor de natuurlijke ontwikkeling van planten en dieren.

 

Wat gaan we daarvoor doen in 2020 en verder?  

  • Geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken. Sinds 2015 gebruiken we steeds minder chemische bestrijdingsmiddelen. In 2019 is ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen op sportvelden verboden. In 2020 kopen we daarom een machine om de sportvelden onkruidvrij te houden.
  • Biodiversiteit groen vergroten. In 2021 stellen we nieuw beheerplan Groen op als uitwerking van de op te stellen visie Openbare ruimte in 2020. Biodiversiteit wordt daarin een belangrijk thema. In 2020 gaan we vooruitlopend op het nieuwe beheerplan al zaken voorbereiden en uitproberen. Zo gaan we proeven doen met een andere manier van maaien waarmee we de biodiversiteit vergroten.

 

In de vorige begroting (2019) is voor de uitwerking van het duurzaamheidsplan op de gebieden energietransitie en klimaatadaptie 4 x € 150.000 beschikbaar gesteld.

2. Balans toerisme, recreatie en leefbaarheid

In het werkprogramma is een belangrijk issue de toeristische druk(te). In dat kader starten we in 2019 met het onderzoek naar de balans tussen de druk van het toerisme en de leefbaarheid in de kernen en het buitengebied. De uitkomsten en aanbevelingen van dit onderzoek leiden mogelijk tot beleidswijzigingen. Vooruitlopend op de uitkomsten formuleren we al maatregelen die verdere groei van het toerisme kunnen beperken.

 

Onderdeel verblijfsrecreatie.

Door ruimte binnen onze regelgeving, maar ook door illegaal gebruik, zijn er de laatste jaren steeds meer toeristische verblijven bijgekomen. Dit geeft in sommige kernen overlast. Als we beter zicht krijgen op waar wat wordt verhuurd kunnen we ook beter reguleren. We willen de ongereguleerde groei van de verblijfsrecreatie beperken. We denken hierbij aan een registratieplicht en een vergunningenstelsel voor bijvoorbeeld kamerverhuur. Voor het formuleren, onderhouden en niet te vergeten het handhaven van het nieuwe beleid is extra formatie nodig. 

 

Onderdeel parkeren en verkeer.

We stellen in deze kaderbrief ook voor om de tarieven voor 2020 extra te verhogen, om de begroting 2020 sluitend te maken. Dit betekent in de praktijk dat er in de parkeeropbrengsten geen ruimte meer is om te investeren of wijzigingen in het regime aan te brengen.

We verwachten dat we de komende jaren moeten investeren om parkeerdruk in kernen aan te pakken en tegelijkertijd de kwaliteit van bestaande parkeerterreinen te verbeteren. Het is ook niet denkbeeldig dat de opbrengsten af gaan nemen als gevolg van leefbaarheids-maatregelen. Tot slot moeten we de komende jaren meer huur gaan betalen voor de parkeerterreinen van het Waterschap.

In het nog vast te stellen nieuwe parkeerbeleid, naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek naar de leefbaarheid, is het wenselijk dat er ruimte over blijft om gewenste ontwikkelingen die hieruit voortvloeien ook nog te kunnen betalen. Dit kan door aanpassingen in tarieven, tijdvensters en uitbreiding van betaald parkeren. Gelet op het bovenstaande zal dit op zich al een forse uitdaging worden. In de nota Parkeren komen we met voorstellen (eind 2019).

3. Structuur en cultuur organisatie

In het werkprogramma geeft ons college aan veel aandacht te schenken aan de structuur en cultuur van de organisatie. Een aantal zaken hebben we al direct in gang gezet. Maar de structuur en cultuur van de organisatie dienen we natuurlijk permanent af te stemmen op ontwikkelingen om ons heen en op onze doelstellingen. Voor 2020 en volgende jaren noemen we in dit verband:

 

Ruimtelijke ontwikkeling.

De Omgevingswet leidt tot een volledige herziening van het stelsel van ruimtelijke regels. Ook de toenemende aandacht voor een duurzame samenleving, de CO2 reductie en de energietransitie drukt een stempel op ons werk. Dit vraagt versterking van deze afdeling op het gebied van juridische planologie, milieudeskundigheid en administra-tieve ondersteuning.

In 2020 zullen we de sprong naar de Omgevingswet maken. Welke ambitie de raad ook kiest, de medewerkers zullen meer aan de voorkant van processen hun rol moeten pakken en meer integraal gaan werken. Dit vraagt een verandering in houding en gedrag, mogelijk een herschikking van taken of de aanpassing van een aantal taakprofielen. Of één en ander leidt tot extra formatie is de vraag. We komen nog een keer bij u terug als de Omgevingswet er is.

 

Maatschappelijke Ontwikkeling.

Op dit gebied willen we ons ontwikkelen van inhoudelijke beleidsmaker naar procesregisseur. Dit vraagt - in samenhang met een toename van het werk door de decentralisatie in het sociaal domein - om ook een andere “organisatie voor morgen” van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling (MO). Op dit moment heeft de afdeling een smalle bezetting in relatie tot alle taken die hier liggen (Participatiewet, Wmo-Jeugd, gezondheid, cultuur en onderwijshuisvesting). Acties hiertoe zetten we al in gang en krijgen in 2020 hun vervolg waarbij we de organisatie van deze afdeling verder afstemmen op de genoemde ontwikkelingen. Het extra budget hiervoor is € 58.500.     

 

Dienstverlening aan de frontoffice en aan de ondernemers.

Dit jaar voerde adviesbureau Lysias een onderzoek uit naar mogelijke verbeteringen van onze dienstverlening aan de frontoffice en aan de ondernemers. Op basis hiervan zetten wij een verbeterplan op dat we in 2020 verder uitvoeren.

Dit verbeterplan gaat over het aanstellen van 2 fte. casusregisseurs en 0,5 fte applicatiebeheer Squit. Deels is hier al rekening mee gehouden in de huidige begroting. De regisseurs vormen de schakel tussen de ondernemer en de ambtelijke organisatie. Het belang van Squit als communicatiemiddel vergt specialistische kennis van een applicatiebeheerder.

 

Juridische kwaliteit.

We rondden het verbeterplan Juridische kwaliteit (naar aanleiding van de eerder Legal Audit) af. Daarbij hoort natuurlijk dat we ook maatregelen implementeerden om de juridische kwaliteit op orde te houden. De voortdurende belasting van de organisatie door veel-procedeerders vraagt wel om structureel extra uren inzet van juristen (€ 54.000).

 

Communicatie

In ons werkprogramma geven we aan voortdurend in gesprek te willen blijven met het maatschappelijk middenveld zoals verenigingen, dorps- en stadsraden en ondernemers. Daarbij  vermeldden we steekwoorden als: van buiten naar binnen denken en van binnen naar buiten gaan, dialoog naast debat en samen in plaats van alleen. Ook is hiervoor een betere communicatie nodig is. Om de communicatievaardigheid van de organisatie te vergroten maken we in de tweede helft van dit jaar een plan van aanpak dat we de komende jaren verder willen uitvoeren en implementeren. Kern van dit plan van aanpak vormt het versterken van de cluster Communicatie. Daarnaast is het van belang om de vakafdelingen op het gebied van omgevingscommunicatie op te leiden en de communicatievaardigheden van de hele organisatie via training en coaching te verbeteren. Totaal ramen we hiervoor € 65.000.

 

Beloningsbeleid.

We geven in ons werkprogramma aan als Veere zelfstandig te willen blijven. Dat vraagt om een organisatie waarin we de personele bezetting in kwaliteit en continuïteit waarborgen. Gelet op de arbeidsmarktontwikkelingen neemt de al bestaande krapte aan capaciteit op de arbeidsmarkt de komende jaren verder toe. Dit noodzaakt in ons beloningsbeleid meer maatwerk toe te passen in de vorm van bijvoorbeeld arbeidsmarkttoelagen. We ramen hiervoor € 85.000.

We wisselden dat al eerder met u uit tijdens een kaderstellende avond met de algemene commissie rond het HR beleid op 30 oktober 2018.

 

Informatievoorziening.

In december 2018 stelde de raad het beleidsplan informatievoorziening 2018-2022 vast. Op basis van de daarbij vastgestelde kaders en ambities pakken we de komende jaren een aantal items op uit het daarop gebaseerde projectenportfolio. Hierin nemen we ook zaken mee die voortvloeien uit nieuwe wet- en regelgeving. Enkele belangrijke ontwikkellijnen zijn: het uitbreiden en moderniseren van digitale dienstverlening, de nieuwe omgevingswet, het data-gestuurd werken, het up-to-date houden van onze informatiearchitectuur en informatiebeveiliging/privacy. In 2020 willen we daarnaast een extra impuls geven aan het gebruik van een aantal kritische informatiesystemen. Er is geld geraamd om specifieke expertise in te huren en kleine (maatwerk)-aanpassingen te kunnen doen. Voor 2020 ramen we eenmalig € 30.000.

4. Samenwerking en organisatie sociaal domein

Tot en met 2019 is Porthos de toegang voor inwoners die zorg krijgen vanuit Wmo en Jeugdwet. Voor Veere gaat het om ruim 1600 inwoners/klanten. Voor die inwoners én nieuwe zorgvragers richten we vanaf 1 januari 2020 een nieuwe Veerse toegang in.
Om deze overgang zo geruisloos mogelijk te laten verlopen, bouwen we voort op de goede resultaten van Porthos. De nieuwe Veerse toegang neemt de huidige taken van Porthos zoveel mogelijk één op één over. Als er specifieke expertise in de toegang nodig is waarvoor de Veerse schaal te klein is, onderzoeken we of samenwerking met andere gemeenten een oplossing is. Is dat niet het geval dan kopen we deze expertise apart in bij een uitvoerende organisatie (bijvoorbeeld bij een zorgaanbieder). Aan de hand van de criteria kwaliteit, kwetsbaarheid en kosten maken we de keuze tussen zelfstandig uitvoeren of via samenwerking.

 

De toegang werkt volgens de Veerse visie op dienstverlening, waarbij de inwoner centraal staat. Een inwoner kiest zelf hoe (via welk kanaal) hij contact opneemt met de toegang. Daarna verstrekt de toegang snel en efficiënt de voorziening die nodig is: eenvoudig waar het kan. Voor een efficiënt proces werkt de toegang ook goed samen met uitvoerende organisaties als zorgaanbieders. Bij een goede samenwerking hoort ook een duidelijke rolverdeling tussen toegang en uitvoerende organisaties.
De toegang bepaalt samen met de inwoner het doel van de zorg. De uitvoerende organisaties weten welke zorg daarbij past en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. De toegang voert regie op het proces en bewaakt dat zorgprofessionals van uitvoerende organisaties samenwerken volgens het principe één gezin, één plan en één regisseur.
De 2e helft 2019 staat in het teken van de concrete implementatie van de kaders die de raad begin 2019 heeft vastgesteld.

Porthos was vanaf het begin niet op het gewenste kwaliteitsniveau ingericht. We willen de Veerse Toegang op kwalitatief hoog niveau inrichten. Inclusief de kosten van ondersteuning vanuit de organisatie en implementatie houden we voor 2020 rekening met een kostenverhoging van € 254.000 en daarna € 207.000 per jaar.

5. Vraaggerichte woningbouw

In 2019 zijn we op diverse locaties gestart om voorafgaand aan woningbouwplannen met de omgeving te onderzoeken welke behoeften er precies leven. In 2020 gaan we hier mee door en gaan we deze werkwijze ook borgen in een nieuwe woonvisie. Deze visie ronden we begin 2020 af. De dorpsvisies zijn hierbij een belangrijke onderlegger. Maar ook en juist vooral de dialoog met inwoners en stakeholders.

 

Met het tot stand komen van de regionale woningbouwafspraken in 2019 kunnen we werken aan herstructureringsprojecten en kleine uitbreidingsplannen. In 2020 willen we in ieder geval aan de slag met een uitbreidingsplan in Aagtekerke en herstructurerings-plannen in Veere (Oranjeplein), Vrouwenpolder (vrijkomende locatie supermarkt) en Serooskerke-Oost. Voor het afronden van de visie en vooral ook het opvolgen ervan, dus de kern in en praten met inwoners, zijn extra middelen nodig.  

6. Toekomstgericht maatschappelijk vastgoed

In 2025 een maatschappelijk voorzieningen niveau dat aansluit bij de behoefte van de samenleving.

Het raadsbesluit 15 december 2016 behelst dat wij in 2025 een maatschappelijk voorzieningenniveau hebben dat aansluit bij de behoefte van de samenleving. De noodzakelijke functies per kern blijven voor ons leidend voor de benodigde voorzieningen, ondanks dat het in de maatschappelijke dialogen begrijpelijkerwijs snel over gebouwen gaat. De gemeenteraad stelde eind 2016 het beleid met een uitvoeringsagenda Maatschappelijk Vastgoed vast. Met deze uitgangspunten zijn wij aan de slag gegaan en in de afgelopen periode is gebleken dat deze agenda en de vertaling van de opgehaalde ambities vanuit de kernen, zowel financieel als op basis van kengetallen niet in balans zijn.

 

Vooropgesteld wordt dat het einddoel niet is gewijzigd. Aanvullend hierbij is dat onze voorzieningen afgestemd worden op het gebruik en voldoen aan de gewijzigde duurzaamheidsopgaven. De wijze waarop we dit willen behalen moet en wil het huidige college op een financieel verantwoorde, beheersbare wijze uitvoeren.

 

Een eerdere kostenraming in de orde van € 20 miljoen omvatte niet een volledig beeld.  Een integrale kostenraming waarbij grond, bouwkosten, exploitatie en de gewijzigde bouwkundige eisen van het bijna energie neutraal bouwen (een vereiste voor overheidsgebouwen) en de nog te ontvangen resultaten vanuit het Integraal Huisvestingplan voor onderwijshuisvesting, moeten ons op korte termijn wel een volledig beeld geven. De overweging om onderdelen van het IHP voor de kernen uit de 1e fase naar voren te halen, om tijdig gegevens aan te leveren voor de kaderbrief, is op verzoek van de schoolbesturen niet doorgezet. Reden hiervoor is dat ook het IHP een integrale afweging vergt. In het belang van het draagvlak voor de komende besluitvorming hebben wij het wenselijk geacht, deze gegevens van het IHP en (een aantal) gesprekken ter zake met de schoolbesturen, af te wachten. Deze zullen echter niet voor juli aanstaande in beeld en/of afgerond zijn.

 

Gezonde financiële balans

Een gezonde maatschappelijk voorzieningenportefeuille die aansluit bij onze samenleving vraagt ook om een integrale afweging met onze andere maatschappelijke investeringen. De begroting is het financiële afwegingskader voor 2020 en verdere jaren. Een te groot eenzijdig beslag op de gemeentelijke middelen, brengt (grote) risico’s met zich mee. Dit is onverantwoord voor korte en lange termijn.

Een investering van € 43 miljoen staat in geen verhouding tot de investeringen die op dit moment in de boeken staan. Dit zou een stijging van 60% van de boekwaarden betekenen en daarmee een gelijke stijging van het financiële budget. De schuldpositie zal ook met ruim 80% stijgen. In de kengetallen verschuiven we naar een verhoogd risicoprofiel.

Dit was reden voor het college om een pas op de plaats te maken en het gesprek met de dorpen aan te gaan. 

 

Betrokkenheid dorpen en onderwijs

Afgelopen maanden is getracht  het onderscheid te duiden in het beoogde einddoel geformuleerd in het raadsbesluit van 2016 en het opgehaalde ambitieniveau van de kernen in 2017. Het begrip ‘gewijzigde koers’ is inmiddels ingebed. In de bestuurlijke gesprekken van afgelopen mei is draagvlak gevraagd voor de beoogde uitwerking van de uitvoeringsagenda.

Per kern is  begrip gevraagd om in gezamenlijkheid te komen tot het behalen van onze opgave: in 2025 een passend aanbod aan maatschappelijke voorzieningen te hebben gerealiseerd.

Tussen 23 en 29 mei voerden wij gesprekken met betrokken partijen uit de kernen Aagtekerke, Serooskerke, Oostkapelle en Westkapelle. Tijdens de gesprekken lichtten wij de ontstane situatie toe.

In zijn algemeenheid is men kritisch over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de ambities om aan te sluiten op de behoefte van de inwoners. Zorgen zijn geuit over de zorgvuldigheid en draagvlak gezien de planning van het proces richting de begrotingsraad in november 2019. Kansen worden gezien in subsidiemogelijkheden voor duurzaamheidsmaatregelen. De kernen hebben hun teleurstelling geuit vanwege de grote inzet uit de kernen die tot begin 2018 in gezamenlijkheid heeft plaatsgevonden.  Er is nu echter sprake van commitment in het behalen van het doel: het realiseren van een passend aanbod aan maatschappelijke voorzieningen.

 

Voor alle kernen in onze gemeente geldt: behoud van de maatschappelijke functies, in samenhang bezien en het verduurzamen volgens BENG. Voor de kernen uit de 1e fase geven we hieronder de denkrichting aan, zoals besproken met de betrokkenen.

 

Oostkapelle:

  • Handhaven en verduurzamen van de sporthal en renovatie van het verenigings-gebouw.
  • Onderzoeken of twee bestaande schoolgebouwen te verduurzamen en geschikt te maken zijn voor het onderwijs met kinderopvang.
  • Als uit onderzoek blijkt dat het vanuit financieel en/of ruimtelijk oogpunt niet haalbaar is, dan renoveren en verduurzamen we het verenigingsgebouw en combineren we het met de functie onderwijs (nieuwe aanbouw). Uitgangspunt is en blijft efficiënt gebruik van gezamenlijke ruimtes.

Aagtekerke:

  • Onderzoek naar de wijze waarop we de dorpshuisfunctie kunnen behouden.
  • Gymzaal renoveren, verduurzamen en eventueel geschikt maken voor bijeenkomsten en evenementen.

Serooskerke:

  • De dorpshuisvoorziening voorlopig handhaven in huidige status. Renovatie en verduurzamen uitstellen tot toekomstplannen zwembad duidelijk zijn.
  • Het renoveren of nieuw bouwen van het zwembadgebouw betrekken bij het onderzoek naar mogelijkheden voor particuliere investeringen.
  • Onderzoek naar verduurzaming en uitbreiding van het bestaande schoolgebouw inclusief renoveren en verduurzamen van de gymzaal. We houden daarbij rekening met het onderwijs in Vrouwenpolder.
  • Als uit onderzoek blijkt dat het bovenstaande vanuit financieel en/of ruimtelijk oogpunt niet haalbaar is, dan wordt nieuwbouw van school inclusief gymzaal in Serooskerke Oost de onderzoeksopgave.

Westkapelle:

  • Onderzoek naar de wijze van behoud van de dorpshuisfunctie.
  • Onderzoek naar renovatie en verduurzaming van één van de bestaande schoolgebouwen op basis van de uitkomsten van de actualisatie integraal huisvestingsplan onderwijs.
  • Onderzoek naar renovatie en verduurzaming van de sportvoorziening, inclusief een passende uitbreiding waarmee tegemoet kan worden gekomen aan de meest prangende ruimtevraag.

Wij hebben op basis van de laatste gesprekken voldoende vertrouwen gekregen om ambities en einddoel naar elkaar toe te brengen in de komende maanden. Dit vraagt om nadere afstemming, concretisering van de uitvoeringsagenda waarbij de uitkomsten van het IHP, prognoses en financiële risico’s integraal worden bezien.  Wij verwachten de resultaten van dit proces in de begrotingsraad van november aan u te kunnen voorleggen.

Bij het toezenden van deze Kaderbrief zijn de onderzoeken en gesprekken nog volop gaande. In het kader van transparantie richting begrotingsraad informeren wij u tussentijds schriftelijk over het verloop en de uitkomsten. 

 

Extra investeringsruimte van € 2,9 miljoen.

Voor de 1e fase Maatschappelijke Voorzieningen is er € 1,8 miljoen structureel beschikbaar. Dit bedrag bestaat ruwweg uit € 0,7 miljoen ruimte, zoals gepresenteerd bij het vaststellen van de uitvoeringsagenda, € 0,4 miljoen extra ruimte zoals besloten bij het vaststellen van de begroting 2019 en € 0,7 miljoen bestaande exploitatielasten van huidig vastgoed.

 

De kosten van de investeringen in het maatschappelijke voorzieningen en de onderwijshuisvesting zijn op dit moment nog niet volledig in beeld. Vooruitlopend hierop kijken we naar mogelijkheden voor extra investeringsruimte. In eerdere begrotingen hebben we de situatie toegelicht van de precariobelasting op kabels en leidingen. We hebben het nu over een opbrengst van € 1,8 miljoen over de periode 2016-2021. De gemeenteraad stond op het standpunt om de opbrengst terug te geven aan de burger. Dit kan via de belastingheffing of in de vorm van (maatschappelijke) voorzieningen voor inwoners. Een ander optie is om deze middelen te reserveren om het weerstands-vermogen van de gemeente te versterken.

Teruggave via de belastingheffing heeft niet onze voorkeur. Door het tijdsverloop ontstaat er steeds meer een verschil tussen de belastingplichtigen die (destijds) deze heffing via de energienota hebben betaald en de belastingplichtigen die de compensatie gaan ontvangen. Ook zijn er uitvoeringskosten aan verbonden bij de belasting-samenwerking. Voor het versterken van het weerstandsvermogen is er geen directe noodzaak.

We stellen voor om een bestemmingsreserve maatschappelijk voorzieningen in te stellen en de opbrengst precariobelasting kabels en leidingen (€ 1,8 miljoen) in deze reserve te storten. Deze reserve krijgt als doelstelling: het realiseren van maatschappelijke voorzieningen.

 

In de begroting bouwen we nu een stelpost maatschappelijke voorzieningen op. Dit is de structurele ruimte voor de dekking van investeringen in maatschappelijke voorzieningen en exploitatielasten. Zolang er geen investeringen zijn gedaan spreken we deze dekking nog niet aan en valt dit budget incidenteel vrij. We stellen voor om deze ruimte vanaf de begroting 2020 ook toe te voegen aan de bestemmingsreserve maatschappelijke voorzieningen. Voor 2020 en 2021 is dit € 1,1 miljoen.

 

Met deze voorstellen creëren we extra investeringsruimte van in totaal € 2,9 miljoen. Verder blijven we uiteraard in algemene zin op zoek naar dekking van de benodigde investeringen ten behoeve van de maatschappelijke voorzieningen.