Meer
Publicatiedatum: 01-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

3. Overige onderwerpen

3.1 Precariobelasting kabels en leidingen

3.1 Precariobelasting kabels en leidingen

De gemeenteraad heeft in december 2015 besloten precariobelasting te gaan heffen op kabels en leidingen met ingang van 1 januari 2016. De opbrengst zou gebruikt worden om de Veerse burgers en bedrijven te compenseren voor de hogere kosten omdat netbeheerders (Delta en Evides) de precariobelasting, geheven door Zeeuwse gemeenten, integraal gaan doorberekenen aan hun klanten.

Zoals bekend wordt deze (nieuwe) belasting door netbeheerders doorberekend aan inwoners en bedrijven. Evides doet dat 1 op 1 per gemeente. Dit betekent dat de aanslag precariobelasting van de gemeente Veere die aan Evides wordt opgelegd, volledig wordt doorberekend aan inwoners en bedrijven in Veere. Evides rekent deze heffing in 2016 al door op de afrekennota’s.
Delta moet dergelijke kosten over al haar aansluitingen doorberekenen van de toezichthouder. Dit betekent dus dat Delta de aanslag van de gemeente Veere aan alle klanten in Zeeland doorberekend. Afwijkingen tussen de doorbelasting van Delta aan haar klanten en de opbrengst van de precariobelasting van Delta per aansluiting ontstaan omdat er in verhouding ten opzichte van de andere Zeeuwse gemeenten meer c.q. minder m1 kabels of leidingen in gemeentegrond liggen.
Delta heeft, voordat deze heffing kan worden doorbelast aan haar klanten, dus eerst toestemming nodig van de toezichthouder. Delta kan hierdoor deze heffing op zijn vroegst doorbelasten in 2017 en misschien zelfs pas in 2018.

Het voorgaande betekent dat Evides naar raming € 24,-- per aansluiting zal doorberekenen aan haar klanten in Veere. Delta slaat de aanslag van de gemeenten om over al haar klanten in Zeeland. Dit betekent dat de totale doorbelasting van Delta naar raming € 30,-- zal bedragen. Voor de inwoners en bedrijven van Veere betekent dit dat per aansluiting naar raming € 54,-- extra kosten.

De raad van heeft besloten om de opbrengst van de precariobelasting te reserveren totdat de aanslagen onherroepelijk vaststaan. De kans is namelijk groot dat de netbeheerders in bezwaar en beroep gaan tegen deze belastingaanslagen. Delta heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag van de gemeente Hulst. De uitkomsten hiervan zien wij met vertrouwen tegemoet maar het risico dat aanslagen worden verminderd c.q. vernietigd naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak is aanwezig.
De kans is groot dat dit juridisch geschil wordt voortgezet tot aan de Hoge Raad. Dit betekent dat hierover in 2017 of zelfs pas in 2018 duidelijkheid komt.

Hieronder schetsen wij een aantal complicaties en overwegingen m.b.t. het standpunt om de verhoging van de woonlasten te compenseren:

  • Wanneer wij onze inwoners en bedrijven al gaan compenseren voor we duidelijkheid hebben over het bezwaar en/of beroep van Delta in deze kwestie, lopen wij een aanzienlijk financieel risico. Er bestaat een kans dat wij de inwoners en bedrijven gecompenseerd hebben en dat daarna de aanslag alsnog vernietigd wordt. Om dat te voorkomen, is compensatie daarom pas mogelijk als de aanslagen onherroepelijk vaststaan.

Het onderzoek wijst uit dat 1 op 1 compensatie nooit volledig gerealiseerd kan worden. Compensatie kan het beste via de rioolheffing gebruik plaatsvinden. Andere heffingen zijn niet geschikt of sluiten minder aan bij de doelgroep. Afvalstoffenheffing wordt alleen geheven van huishoudens en niet van bedrijven. Onroerende zaakbelasting (woningen) wordt alleen van de eigenaren geheven en niet van gebruikers. Maar ook het aantal belastingplichtigen voor de rioolheffing (gebruik) wijkt af van het aantal aansluitingen van Delta en Evides. Denk bijvoorbeeld aan appartementencomplexen waar maar 1 (water)aansluiting aanwezig is maar compensatie aan de gebruikers van de appartementen wordt toegekend op basis van de rioolheffing gebruik. Een ander voorbeeld betreft de inwoners die in de loop van 2016 gaan verhuizen vanuit onze gemeente. Deze inwoners betalen in 2016 al wel de toeslag aan Evides maar zullen niet gecompenseerd worden via de rioolheffing gebruik in 2016. Dergelijke situaties kunnen niet ondervangen worden en zullen ook altijd blijven bestaan.

  • Bij compensatie door middel van een tariefsverlaging “rioolheffing gebruik” zullen kwijtscheldingsgerechtigden de compensatie niet ontvangen omdat de kwijtschelding wordt verleend voor het (verlaagde) aanslagbedrag;
  • Bij compensatie door middel van een extra (aanslag)regel op de belastingaanslag zullen kwijtscheldingsgerechtigden wel de compensatie ontvangen omdat er immers een negatief bedrag resteert na kwijtschelding; dit betekent wel € 32.400 extra kosten voor de verwerking van aanslagregels door de samenwerking belastingen.

Ten aanzien van de compensatie komen we tot de conclusie dat het compenseren van de opbrengst van de precariobelasting via een andere belasting niet aansluit bij de doelgroep die belast wordt door Delta en Evides. Pogingen daartoe leiden altijd tot onvolkomenheden en tot ongewenste gevolgen voor kwijtscheldingsgerechtigden danwel hoge perceptiekosten.

Een nieuwe ontwikkeling is dat het kabinet inmiddels heeft besloten om de precariobelasting op nutsbedrijven per 1 juli 2017 af te schaffen. Gemeenten die voor 10 februari 2016 een verordening met tarief hebben vastgesteld geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Concreet betekent dit voor Veere dat we van 2016 tot en met 2021 deze belasting kunnen heffen en in die periode een opbrengst genereren van € 4,4 miljoen.

3.2 Object-afbakening afvalstoffenheffing en rioolheffing

3.2 Object-afbakening afvalstoffenheffing en rioolheffing

De onroerende zaakbelasting, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing kennen alle drie een andere objectafbakening:

  • de Onroerende Zaakbelasting is gebaseerd op de voorschriften van de Wet WOZ, de WOZ objectafbakening,
  • de rioolheffing spreekt van zelfstandige gedeelten, indien gedeelten van een perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte,) en
  • de afvalstoffenheffing van percelen, de belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Naast deze diversiteit in objectafbakeningen van deze drie heffingen speelt ook de afbakening van stacaravans c.q. chalets op (mini-)campings, mede naar aanleiding van de perikelen rond de BAG registraties.
Door het sterke recreatieve karakter van veel kernen binnen de gemeente Veere is het door de jaren heen lastig gebleken om een éénduidige en consequent uitgevoerde afbakening te hanteren. Er is een grote verscheidenheid aan “soorten” objecten waardoor het éénduidig afbakenen van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing niet mogelijk is. Dit roept bij steeds meer inwoners en bedrijven vragen op en leidt ook tot steeds meer bezwaarschriften. Bovendien zijn de verschillen ook niet altijd uit te leggen, denk aan het onderscheid tussen bedrijfsmatige en huishoudelijke afvalstoffen in relatie tot respectievelijk afvalstoffen van een minicamping en afvalstoffen afkomstig uit een vakantiehuis op een minicamping. De afgelopen jaren zijn deze bezwaren dan ook afgedaan met het argument dat er een onderzoek plaats vindt naar een nieuwe wijze van objectafbakening voor deze drie heffingen.

De oplossingsrichting die we voor staan is om alle drie de heffingen te baseren op de WOZ objectafbakening. Het voordeel hiervan is dat deze afbakening in de Wet WOZ vrij gedetailleerd is beschreven. Hierdoor is er wel eens discussie over de afbakening, maar niet heel erg vaak. De afbakening van zelfstandige gedeelten voor de rioolheffing en percelen voor de afvalstoffenheffing is niet in een wet vastgelegd. De voorschriften hieromtrent zijn tot stand gekomen vanuit de jurisprudentie. Dit levert daardoor sowieso meer discussie op. Maar het grote voordeel zit met name in het feit dat de WOZ objectafbakening inmiddels behoorlijk geaccepteerd is door de maatschappij en dat alle drie de “grote” heffingen op dezelfde wijze worden afgebakend. Het bovenstaande hebben wij ook gedetailleerd besproken met een fiscaal adviseur, die ons hierin ondersteund heeft en ook heeft meegekeken hoe de verordeningen dienen te worden geredigeerd om deze werkwijze mogelijk te maken.

De consequentie van de bovenstaande oplossingsrichting is dat de grondslagen en maatstaven voor de afvalstoffenheffing en met name de rioolheffing wijzigen. Dit betekent dus een verschuiving in de lastendruk.
De belangrijkste wijzigingen zijn dat voor de afvalstoffenheffing de recreatiehuizen in de tuin niet meer verplicht kunnen worden aangeslagen. De tweede bak wordt dus een bak op verzoek maar kan niet meer verplicht worden gesteld. Daarnaast zullen om pragmatische redenen sommige WOZ-objecten uitgesloten worden van de ophaalplicht omdat het huisvuil hier niet opgehaald kan worden of omdat dit om bepaalde redenen niet wenselijk is. Hiervoor zal een beleidsregel met objectieve rechtsgronden moeten worden opgesteld. De hierin benoemde uitzonderingen waar dus niet wordt opgehaald op grond van de afvalstoffenverordening zullen worden opgesteld.  
Voor de rioolheffing zijn de gevolgen ingrijpender. Om daar de WOZ–objectafbakening mogelijk te maken zal in ieder geval de eigenarenheffing gebaseerd moeten worden op een percentage van de WOZ waarde (hier kan ook met klassen worden gewerkt) in plaats van een vast bedrag. Dit leidt waarschijnlijk tot de grootste lastenverschuiving. De gebruikersheffing kan wel gebaseerd blijven op de hoeveelheid afgevoerd water, maar mogelijk met grotere klassen. Hierdoor kan de lastenverschuiving van de eigenaren heffing wellicht wat worden genivelleerd door de gebruikersheffing.
Resumerend betekent het voorgaande een verschuiving in de totale woonlasten en daar zullen we meerdere scenario’s voor opstellen.

We volstaan nu met een schets van de problematiek. Uitgangspunt voor ons is dat we de objectafbakening van de drie heffingen met ingang van 2018 adequaat geregeld willen hebben, met minimale gevolgen voor de woonlasten. In de aanloop naar definitieve besluitvorming eind 2017 zullen we u in een algemene commissie gedetailleerd informeren over deze problematiek en de oplossingsrichtingen via verschillende scenario’s.