Meer
Publicatiedatum: 01-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf financiering

Paragraaf financiering

Algemeen

Financiering betreft de wijze waarop de gemeente benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijk) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de Wet Financiering Decentrale Overheden(Wet FIDO), Schatkistbankieren en de Wet HOF. Deze financieringsparagraaf is samen met de financiële verordening en het treasurystatuut, een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie.

De Wet FIDO geeft aan dat het aantrekken en uitlenen van geld alleen kan plaatsvinden in het kader van de publieke taak. Er is een verbod op bankieren door overheden.

Financiering
De financieringspositie wordt in meerjarig opzicht bepaald door de uitvoering van de investeringen(projecten) de financiële activa, de aangetrokken geldleningen en de verwachte opbrengst grondverkopen.
Onderstaand overzicht geeft de schuldpositie van de gemeente weer.

Voor de financiering van investeringsuitgaven wordt door gemeenten traditioneel voorzien door het aantrekken van langlopende geldleningen. De gemiddelde rente van de leningenportefeuille per 1 januari 2017 is 3,62%.
Na reguliere aflossing in 2017 is de gemiddelde rente op 31 december 2017: 3,56%.

 

Mutaties in leningenportefeuille

Bedrag

Gemiddelde rente

Invloed op gemiddelde rente

Gemiddelde rente na mutatie

Stand per 1 januari 2017 leningenportefeuille

35.997.796

3,62%

 

 

Nieuwe leningen

 

 

 

 

Reguliere aflossingen

2.613.133

4.38%

0,06%

3,56%

Stand per 31 december 2017 leningenportefeuille

33.384.663

3,56%

 

 

 

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een door de Wet FIDO voorgeschreven sturings-en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico van de kortlopende schuld met een rentetypische looptijd van korter dan een jaar.
Als grondslag van de wettelijke toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting per 1 januari voor het gehele begrotingsjaar aangehouden. De toegestane kasgeldlimiet is 8,5% van de jaarbegroting. Indien de werkelijke omvang lager is dan de toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding.

De kasgeldlimiet voor de gemeente Veere in 2017 is € 5.647.000. De verwachting is dat kort financieren, gelet op het rentepercentage, nog steeds aantrekkelijk blijft. Op dit moment is zelfs sprake van een negatieve rente. Binnen de gestelde regels maken wij ook in 2017 gebruik van kasgeldleningen.

 

Prognose kasgeldlimiet per kwartaal 2017

 

 

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

 

Omvang begroting per 1 januari 2017

66.433

66.433

66.433

66.433

 

Berekening (bedragen x € 1.000)

 

 

 

 

1

Toegestane kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

- in procenten

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

 

- in bedrag

5.647

5.647

5.647

5.647

2

Omvang vlottende korte schuld

 

 

 

 

 

- opgenomen gelden korter dan 1 jaar

5.647

5.647

5.647

5.647

 

- schuld in rekening-courant

0

0

0

0

 

- gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

- overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

 

 

5.647

5.647

5.647

5.647

3

Vlottende middelen

 

 

 

 

 

- contante gelden in kas

1

1

1

1

 

- tegoeden in rekening-courant

0

0

0

0

 

- overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

 

1

1

1

1

4

Toets kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

5.646

5.646

5.646

5.646

 

Toegestane kasgeldlimiet (1)

5.647

5.647

5.647

5.647

 

Ruimte (+)/overschrijding (-); (1-4)

1

1

1

1

 

Renterisiconorm 
De renterisiconorm geeft de risico’s weer die de gemeente loopt als gevolg van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. Deze is gerelateerd aan het begrotingstotaal en bedraagt 20% van dit begrotingstotaal. Bij het afsluiten van nieuwe geldleningen trachten wij steeds spreiding aan te brengen in de looptijden van leningen.

Uit onderstaand overzicht blijkt dat de komende jaren ruimschoots wordt voldaan aan de risiconorm.

 

Renterisico vaste schuld over de jaren 2017 t/m 2020

 

Berekening (bedragen x € 1.000)

2017

2018

2019

2020

1

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

5.625

2

Aflossingen

2.613

5.597

2.673

1.042

3

Renterisico

2.613

5.597

2.673

6.667

4

Renterisiconorm

13.287

11.975

11.606

12.034

5a

Ruimte onder renterisiconorm

13.284

11.970

11.603

12.027

5b

Overschrijding renterisiconorm

0

0

0

0

 

 

 

 

 

 

 

Berekening renterisiconorm

 

 

 

 

4a

Begrotingstotaal

66.433

59.877

58.028

60.170

4b

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

20%

20%

20%

20%

 

 

 

 

 

 

4

Renterisiconorm

13.287

11.975

11.606

12.034

 

Kredietrisiconorm
Onderstaande tabel geeft de risico’s weer die de gemeente loopt op uitgeleende gelden.
Als gemeente lopen wij ook een debiteurenrisico ten aanzien van leningen die via het Stimuleringsfonds worden doorgeleend aan starters en leningen in het kader van de stimuleringsregeling woningverbetering. Nu is nog niet inzichtelijk wat de risico’s zijn. Deze risico’s zullen later inzichtelijk worden gemaakt.

  

Kredietrisico op verstrekte gelden

 

 

Risicogroep

Hypothecaire zekerheid

Restant schuld in €

%

Lokale verenigingen/stichtingen

neen

10

0,26

Overige instellingen

neen

0

0,00

Personeel

ja

0

0,00

Personeel

neen

16

0,40

Woningcorporaties

neen

3.825

99,32

Overige instellingen

ja

0

0,00

Totaal

 

3.851

100,00