Meer
Publicatiedatum: 28-08-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf financiering

Paragraaf financiering

Algemeen

Bij de begroting besluiten we welke investeringen er op korte en lange termijn moeten plaatsvinden. Het is vervolgens onze taak om deze investeringen te financieren. We beperken ons tot de publieke taak.

We streven naar een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn). We kijken daarbij naar de liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkeling op de geld- en kapitaalmarkt. We baseren ons ook op de Wet FIDO, de Wet HOF, het Treasurystatuut en het Schatkistbankieren.

 Financiering

We maken onderscheid tussen financiering en dekking. Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële middelen komen. Bij dekking gaat het om de vraag hoe we middelen kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden.

De financieringspositie bepalen we (meerjarig) aan de hand van de uit te voeren investeringen en projecten, de financiële activa, de aangetrokken geldleningen en de verwachte opbrengst grondverkopen.

Hieronder staat de schuldpositie van de gemeente. Het is gebruikelijk dat gemeenten voor de financiering van investeringen langlopende geldleningen aantrekken. De gemiddelde rente van de leningenportefeuille per 1 januari 2018 is 2,83%. Na reguliere aflossing in 2018 is de gemiddelde rente op 31 december 2018: 2,50%.

Mutaties in leningenportefeuille        
  Bedrag Gemiddelde  rente Invloed op gemiddelde rente Gemiddelde rente na mutatie
Stand per 1 januari 2018 leningenportefeuille 36.384.664 2,83%    
Nieuwe leningen        
Reguliere aflossingen 5.672.021 4,53% 0,33% 2,50%
         
Stand per 31 december 2018 leningenportefeuille 30.712.642 2,50%    

 

De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden(Wet FIDO) en de Wet Houdbare Overheids Financiën (Wet HOF). Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten: renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Dit zijn de indicatoren voor het treasurybeleid.

 

Renteschema

In onderstaand schema geven we inzicht in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.

 

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

     

 €     1.029.213

b.

De externe rentebaten (idem)

   

-/-

 €        149.976

           
 

Saldo rentelasten en baten

     

 €        879.237

           

c1.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend

-/-

 €      62.028

   

c2.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/-

   €                    -

   

c3.

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

+

 €                    -

   
           
 

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

     

 €          -62.028

           

d1.

Rente over eigen vermogen

+

   

 €                           -

d2.

Rente over voorzieningen

+

   

 €                           -

           
 

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

     

 €        817.209

           

e.

De aan taakvelden toegerekende rente

(renteomslag 1,5% afgerond)

-/-

   

 €        994.323

           

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

     

 €       -177.114

 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is in de Wet FIDO opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat gemeenten hun financierings-behoefte voor slechts een beperkt bedrag met kort geld (looptijd< 1 jaar) mogen financieren. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. De norm in de wet is gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. Voor Veere bedraagt de limiet in 2018 € 5.610.000. De kasgeldlimiet benutten we optimaal omdat de rente van kortlopend geld vrijwel altijd lager is dan van langlopende leningen.

De rente op de geldmarkt is in Nederland nog steeds erg laag. De korte (3-maands) rente is al geruime tijd negatief.

Prognose kasgeldlimiet per kwartaal 2018

 

 

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

 

Omvang begroting per 1 januari 2018

66.000

66.000

66.000

66.000

 

Berekening (bedragen x € 1.000)

 

 

 

 

1)

Toegestane kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

- in procenten

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

 

- in bedrag

5.610

5.610

5.610

5.610

 

 

 

 

 

 

2)

Omvang vlottende korte schuld

 

 

 

 

 

- opgenomen gelden korter dan 1 jaar

5.610

5.610

5.610

5.610

 

- schuld in rekening-courant

0

0

0

0

 

- gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

- overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

 

 

5.610

5.610

5.610

5.610

3)

Vlottende middelen

 

 

 

 

 

- contante gelden in kas

1

1

1

1

 

- tegoeden in rekening-courant

0

0

0

0

 

- overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

 

1

1

1

1

4)

Toets kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

5.609

5.609

5.609

5.609

 

Toegestane kasgeldlimiet (1)

5.610

5.610

5.610

5.610

 

Ruimte (+)/overschrijding (-); (1-4)

1

1

1

1

 

Renterisiconorm 

De wettelijke renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximum gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat we de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar moeten aanpassen.

 Herfinanciering is het aangaan van een nieuwe lening om de oude af te lossen. De renterisiconorm beperkt dus de aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Op een begrotingstotaal in 2018 van € 66.000.000 bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 13.200.000. In 2018 vindt voor € 5.672.000 aan aflossingen plaats. Voor onze gemeente een relatief hoog bedrag. Dit wordt veroorzaakt door de aflossing van een fixe lening van € 3.000.000. Er is theoretisch nog ruimte voor het aantrekken van nieuwe langlopende leningen voor € 7.528.000.

 Renterisico vaste schuld over de jaren 2018 t/m 2021
   Berekening (bedragen x € 1.000) 2018 2019 2020 2021
1 Renteherziening op vaste schuld o/g 0 0 5.625 3.750
2 Aflossingen 5.672 2.748 1.117 957
3 Renterisico 5.672 2.748 6.742 4.707
4 Renterisiconorm 13.200 13.200 13.200 13.200
5a Ruimte onder renterisiconorm 7.528 10.452 6.458 8.493
5b Overschrijding renterisiconorm 0 0 0 0
           
  Berekening renterisiconorm        
4a Begrotingstotaal  66.000 66.000 66.000 66.000
4b Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 20% 20% 20% 20%
4 Renterisiconorm 13.200 13.200 13.200 13.200

 

Kredietrisiconorm

Hieronder staan de risico’s die de gemeente loopt op uitgeleende gelden. Onder debiteurenrisico verstaan we het risico dat we uitgezette geldleningen niet terug-ontvangen van marktpartijen.

Volgens de Wet HOF mogen wij overtollige geldmiddelen alleen bij de schatkist beleggen.

Als gemeente lopen wij een debiteurenrisico voor leningen die via het Stimuleringsfonds worden doorgeleend aan starters en leningen in het kader van de stimuleringsregeling woningverbetering. Nu is nog niet inzichtelijk wat deze risico’s zijn.

Kredietrisico op verstrekte gelden

Risicogroep

Hypothecaire zekerheid

Restant schuld

(x € 1.000)

%

Lokale verenigingen/stichtingen

neen

10

0,27

Overige instellingen

neen

0

0,00

Personeel

ja

0

0,00

Personeel

neen

16

0,43

Woningcorporaties

neen

3.713

99,30

Overige instellingen

ja

0

0,00

Totaal

 

3.739

100,00