Meer
Publicatiedatum: 05-11-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf financiering

Beschrijving

Algemeen

In de financieringsparagraaf legt de gemeente de verwachtingen en het beleid voor de financieringsrisico’s vast.

We streven naar de optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven (op korte en lange termijn). Dit heet treasury-functie. Om deze treasury-functie te kunnen uitvoeren, kijken we naar de liquiditeits-ontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkeling op de geld-en kapitaalmarkt in Nederland. De treasury-functie voeren wij uit binnen de normen van het BBV(Besluit Begroting en Verantwoording), de Wet FIDO(Wet Financiering Decentrale Overheden), de Wet HOF(Wet Houdbare Overheids Financiën) en het gemeentelijk Treasurystatuut.

Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn moeten plaatsvinden. Het is onze taak om deze investeringen conform te kaders te financieren.

We beperken ons tot de publieke taak en hanteren de volgende doelstellingen:

  • Er is voldoende financiering op de korte en lange termijn; zodoende kan er ten allen tijde aan de betalingsverplichtingen worden voldaan;
  • De risico’s die aan de financiële transacties verbonden zijn, worden beheerst en beperkt;
  • De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt.

We maken onderscheid tussen financiering en dekking. In deze paragraaf hebben we het over financiering. Bij financiering gaat het om de vraag hoe we aan onze financiële en liquide middelen komen(bijvoorbeeld door verkoop van gronden of door aangaan van geldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe we middelen kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden(bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten).

De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders zoals gesteld in de Wet FIDO en de Wet HOF. Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de WET FIDO twee instrumenten: de rente risiconorm en de kasgeldlimiet.

In de Wet HOF zijn de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het beleggen van overtollige financieringsmiddelen bij de Schatkist, het zogenaamde schatkistbankieren. Dit zijn de drie indicatoren voor het treasury-beleid.

 

Financiering

Onderstaande tabel geeft het effect weer van de reguliere aflossing op de gemiddelde rente van de leningenportefeuille. Na de reguliere aflossingen bedraagt de gemiddelde rente van de leningenportefeuille per 31 december 2019: 2,80%.

Mutaties in leningenportefeuille

Bedrag

Gemiddelde rente

Invloed op gemiddelde rente

Gemiddelde rente na mutatie

Stand per 1 januari 2019 leningenportefeuille

30.712

2,96%

 

 

Nieuwe leningen

 

     

Reguliere aflossingen

2.748

4,54%

0,16%

2,80%

Vervroegde aflossingen

          

        

        

        

 

 

 

 

 

Stand per 31 december 2019 leningenportefeuille

27.964

2,80%

 

 

Gelet op de liquiditeitsprognose gemaakt in september 2018 en doorgerekend tot en met december 2019 zal de behoefte aan financieringsmiddelen oplopen tot ruim € 22.000.000 in december 2019. Dit zal tot gevolg hebben dat er langlopende geldleningen moeten worden afgesloten. Er wordt in dit verband rekening gehouden met de rente risiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is in de Wet FIDO opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de gemeenten hun financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kortgeld (looptijd ‹ 1 jaar) mogen financieren. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten.

De kasgeldlimiet voor 2019 bedraagt € 6.192.000 . Dit is de bovengrens van de toegestane omvang van de kortlopende schuld. Op basis van de verwachte marktrente wordt bij het aantrekken van een geldlening rente vergoed, terwijl het gebruikelijk is dat er dan een rentevergoeding wordt betaald. Leningen kunnen uitsluitend worden aangetrokken als onze financieringsbehoefte dat noodzakelijk maakt. Het is op grond van de Wet FIDO niet toegestaan om geld te lenen met als enig doel het maken van (rente) winst.

In 2019 zal de kasgeldlimiet optimaal worden benut vanuit de gedachte dat rente van kortlopende rente laag is.

 

Prognose kasgeldlimiet per kwartaal 2019

 

 

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

 

Omvang begroting per 1 januari 2019

72.850 

 72.850

  72.850

  72.850

1)

Toegestane kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

- in procenten

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

 

- in bedrag

  6.192

    6.192

    6.192

    6.192

 

 

 

 

 

 

2)

Omvang vlottende korte schuld

 

 

 

 

 

- opgenomen gelden korter dan 1 jaar

6.192

6.192

6.192

6.192

 

- schuld in rekening-courant

0

           0

0

0

 

- gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

- overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

 

 

6.192

6.192

6.192

1.692

3)

Vlottende middelen

 

 

 

 

 

- contante gelden in kas

1

1

1

1

 

- tegoeden in rekening-courant

0

0

0

0

 

- overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

 

  1

1

1

1

4)

Toets kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

6.191

6.191

6.191

6.191

 

Toegestane kasgeldlimiet (1)

6.192

6.192

6.192

6.192

 

Ruimte (+)/overschrijding (-); (1-4)

1

1

1

1

 

Renterisiconorm

Als langlopende leningen worden opgenomen, lopen we renterisico. Dit renterisico ontstaat bij het opnieuw vastzetten van de rente(herfinanciering en/of het afspreken van een nieuwe rentevast periode). Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar zal worden aangepast.

Herfinanciering is het aangaan van een nieuwe lening om de ‘oude’ af te lossen. De rente risiconorm beperkt dus de aflossingen op de bestaande leningenportefeuille.

Ter beheersing van dit risico heeft de wetgever bepaald dat in een jaar voor maximaal 20% onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering.

Op een begrotingstotaal van € 72.850.000 bedraagt de renterisiconorm € 14.570.000.

 

Renterisico vaste schuld over de jaren 2019 t/m 2022

Berekening (bedragen x € 1.000)

2019

 

2020

2021

2022

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

5.625

3.750

0

Aflossingen

2.948

1.317

1.157

4.111

Renterisico

2.948

6.942

4.907

4.111

Renterisiconorm

14.570

14.423

13.453

13.457

Ruimte onder renterisiconorm

11.622

7.481

8.546

9.346

Overschrijding renterisiconorm

0

0

0

0

 

 

 

 

 

Berekening renterisiconorm

 

 

 

 

Begrotingstotaal

72.850

72.113

67.265

67.286

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

14.570

14.423

13.453

13.457

 

 

 

 

 

 

 



Kredietrisiconorm

Onderstaande tabel geeft de risico’s weer die de gemeente Veere loopt op uitgeleende gelden. Het grootste risico vormt de geldlening verstrekt aan de Stichting Zeeuwland.

Deze lening weegt voor 70% in het totale kredietrisico. De jaarlijkse aflossing op deze lening bedraagt € 112.500. Onder overige instellingen vallen de diverse leningen verstrekt door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting. Er is sprake van een ‘revulving fund’. In een revolverend fonds komt het uitgeleende geld (en eventueel rentebetaling) weer terug zodat het opnieuw beschikbaar komt voor nieuwe leningen. Daarnaast stort de gemeente Veere jaarlijks in het fonds. Het gevolg hiervan is dat het fonds jaarlijks groeit en daardoor ook het kredietrisico.

 

 Kredietrisico op verstrekte gelden

Risicogroep

Hypothecaire zekerheid

Restant schuld in € 1.000

%

Lokale verenigingen/stichtingen

neen

10

0,19

Overige instellingen

ja/neen

1.568

29,62

Personeel

ja

0

0,00

Personeel

neen

3

0,06

Woningcorporaties

neen

3.713

70,14

 

 

 

 

Totaal

 

5.294

100,00

 

 

Schatkistbankieren

De Wet HOF verplicht de lagere overheden alle geldelijke overschotten bij het Ministerie van Financiën te beleggen, om zo het overheidstekort binnen de grenzen van Europese doelstellingen te brengen en te houden.  

Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 0,75% met een minimum van € 250.000.

Voor Veere geld als drempel in 2019: 0,75% x € 72.850.000 = € 546.375. Wij mogen dus een positief rekening-courantsaldo hebben van € 546.375 voordat wij moeten beleggen in de schatkist.

Ten gevolge van de verplichting van schatkistbankieren lopen wij geen debiteurenrisico meer. Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen.

 

Renteschema

In onderstaand schema geven we inzicht in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

     

 €        1.091.196

b.

De externe rentebaten (idem)

   

-/-

 €            145.533

           
 

Saldo rentelasten en baten

     

 €            945.664

           

c1.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend

-/-

 €         -2.589

   

c2.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/-

 €                   -

   

c3.

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

+

 €                   -

   
           
 

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

     

 €                2.589

           

d1.

Rente over eigen vermogen

 

 

+

 €                         -

d2.

Rente over voorzieningen

 

 

+

 €                         -

           
 

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

     

 €            948.253

           

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag 1,5% afgerond)

 

  -/-

 €        1.021.578

           

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

     

 €            -73.324