Meer
Publicatiedatum: 15-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf lokale heffingen

Inleiding
De paragraaf “Lokale heffingen” is voorgeschreven in artikel 10 van het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” (BBV). De paragraaf moet ten minste bevatten:
1. de geraamde inkomsten;
2. het beleid voor de lokale heffingen;
3. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen;
4. een aanduiding van de lokale lastendruk;
5. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

Het pakket van gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat in Veere uit 8 belastingen. Deze zijn gelegitimeerd door verordeningen die door de gemeenteraad ieder jaar opnieuw worden vastgesteld. De heffingen verdelen we in twee categorieën, te weten:

 

Belastingen: heffingen die door de overheid dwangmatig worden opgelegd, zonder dat daar voor de belastingbetaler een individuele aanwijsbare prestatie tegenover staat. Belastingplichtigen hebben feitelijk geen keuzemogelijkheid.

 

Rechten: betalingen aan de overheid voor een door de overheid individueel geleverde specifieke overheidsprestatie. Vaak is de betaling slechts een deel van de werkelijke kosten. Rechten zijn gebaseerd op het profijtbeginsel (iemand die meer van de overheid profiteert, betaalt een hogere bijdrage). Belanghebbenden hebben min of meer de mogelijkheid om te kiezen of zij gebruik maken van een gemeentelijke dienst.

 

Waarom wordt er belasting geheven?
Een gemeente maakt geen winst zoals een private onderneming. De uitgaven die de gemeente jaarlijks moet doen voor het lokaal bestuur, zoals het onderhouden en in standhouden van wegen, scholen, openbaar groen etc. dekken we voor een groot gedeelte uit ontvangsten van het Rijk in de vorm van de algemene uitkering. Daarnaast ontvangt de gemeente doel- of specifieke uitkeringen van het Rijk. De bestemming van deze middelen is vooraf bepaald. Op grond van de gemeentewet kunnen de gemeenten belastingen heffen. Gemeenten mogen alleen belasting heffen voor zover de wet dit uitdrukkelijk toestaat.

 

Typen gemeentelijke belastingen
De gemeentelijke belastingen zijn te onderscheiden in twee typen. Er zijn belastingen/heffingen die een algemeen karakter hebben. Dit soort belastingen/heffingen zijn qua hoogte en besteding niet voor een specifiek doel bestemd, maar dienen ter dekking van algemene uitgaven. Te denken valt aan de OZB, de toeristenbelasting, hondenbelasting en forensenbelasting. Andere belastingen/heffingen besteden we aan een bepaald doel. De opbrengst van deze belastingen/heffingen mag nooit hoger zijn dan de kosten die voor dit bepaalde doel worden gemaakt. Hierbij valt te denken aan rioolheffing en leges.

 

Totstandkoming van de tarieven
Jaarlijks stellen we bij de begroting de tarieven voor de belastingen/ heffingen, rechten en privaatrechtelijke heffingen vast. Per belasting/heffing stelt de raad jaarlijks een verordening vast met daarin doel, grondslag en tarieven van de belasting/heffing.

Tarievenbeleid
In principe verhogen we alle tarieven voor 2021, met het inflatiepercentage van 1,9%, m.u.v. de afvalstoffenheffing (15%), rioolheffing (5,25%), onroerendezaakbelasting (6,9%) en de toeristenbelasting door de invoer van tariefdifferentiatie (laag tarief € 1,30 en hoog tarief € 2,00).

 

 

Tarieven 2021

Soort

Grondslag

2020

2021

OZB

 

 

 

Woning eigenaar

WOZ-waarde

0,0940%

0,0944%

Niet-woningen gebruiker

WOZ-waarde

0,1077%

0,1128%

Niet-woningen eigenaar

WOZ-waarde

0,1351%

0,1416%

Toeristenbelasting

 

 

 

Bezoeker

Per overnachting (laag tarief)

€ 1,30

€ 1,30

 

Per overnachting (hoog tarief)

 

€ 2,00

Afvalstoffenheffing

 

 

 

Gebruiker

Eenpersoonshuishouden

€ 213,60

€ 245,64

 

Meerpersoonshuishouden

€ 241,27

€277,46

 

Objecten met meerdere wooneenheden

 

€ 554,92

Rioolheffing

 

 

 

Eigenaar

Aansluiting woning < € 100.000,-

 €    58,25

€ 61,31

 

Aansluiting niet-woning <€ 100.000,-

 €    88,55

€ 93,20

Gebruiker

Waterafvoer (< 75m³)

 €    62,22

€ 65,49

Forensenbelasting

 

 

 

Forensenbelasting

WOZ-waarde

0,2094%

0,2134%

Lijkbezorgingsrechten

 

 

 

Begraafrecht

Lijkbezorging

€ 1.882,00

€ 1.933,00

Recht op urnengraf

Urnengraf

€ 660,00

€ 672,50

Precariobelasting

 

 

 

Winkeluitstalling

per m²

€ 4,15

€ 4,22

Terras p/m kustkernen

per m² hoogseizoen

€ 7,98

€ 8,13

Hondenbelasting

 

 

 

Hondenbelasting

1e hond

€ 69,60

€ 70,92

 

2e hond

€ 122,25

€ 124,57

 

Kennel

€ 227,44

231,76

 

Onroerende Zaakbelastingen (OZB)
De grondslag voor deze heffing is de WOZ-waarde (waarde volgens de Wet Onroerende Zaken). De tarieven voor de OZB zijn mede afhankelijk van de getaxeerde waarden. Deze WOZ-waarden stellen we jaarlijks vast. De waarden met waardepeildatum 1 januari 2020 gelden voor het tijdvak 2021. De aanslagen OZB leggen we in 2021 gelijk op met de waardebeschikking (28 februari 2021).

De tarieven voor 2021 betreffen de met 1, 9% verhoogde tarieven op basis van de inflatiecorrectie (kadernota) voor 2020 en een extra verhoging van 5 %. We gaan uit van een voorlopige waardestijging van de WOZ waarde van 6% voor woningen en 2% voor niet-woningen.

 

Berekening OZB percentages 2021

woningen eigenaren

niet-woningen eigenaren

niet-woningen gebruikers

Percentages 2020

0,0940%

0,1351%

0,1077%

Stijging a.g.v. inflatie + extra verhoging ( 6,9%)

0,0064%

0,0093%

0,0074%

Tarief op basis van inflatie

0,1004%

0,1444%

0,1151%

Waardeontwikkeling woningen (6%)

-0,0060%

       

 

Waardeontwikkeling niet-woningen (2%)

 

-0,0028%

-0,0023%

Tariefvoorstel

0,0944%

0,1416%

0,1128%

 

Forensenbelasting
De tarieven drukken we uit in een percentage van de WOZ-waarde. De hoogte van het tarief is mede bepaald door de gemiddelde waardemutatie van het vastgoed binnen de Gemeente Veere. Voor de berekening van de tarieven is uitgegaan van een inflatiepercentage van 1,9%. De gemiddelde waarde mutatie is op dit moment nog niet bekend, we gaan uit van een voorlopige stijging van 6%.

 

Het grootste deel van de aanslagen forensenbelasting leggen we na 90 dagen direct definitief op. Het deel dat de woning verhuurd, wordt aan het einde van het jaar opgelegd, omdat pas na afloop van het kalenderjaar kan worden vastgesteld of het belastbare feit van de forensenbelasting (het meer dan 90 dagen voor zich of zijn gezin beschikbaar houden van een gemeubileerde woning) zich heeft voorgedaan.

 Berekening tarief forensenbelasting

 

Tarief 2020

0,2094%

Stijging a.g.v. inflatie          ( +1,9%)

0,0040%

Tarief op basis van inflatie

0,2134%

daling a.g.v. waardestijging (-6,00%) voorlopig

-0,0128%

Tariefvoorstel 2021

0,2006%

 

Toeristenbelasting
In 2020 we hebben we door de gevolgen van de maatregelen met betrekking tot COVID 19 geen voorlopige aanslag 2020 opgelegd. De definitieve aanslag 2020 leggen we nu in maart 2021 op. De toeristenbelasting leggen we normaal gesproken in twee kohieren (2 aanslagen) op, één kohier tijdens het belastingjaar (een voorlopige aanslag) en één na afloop van het belastingjaar (definitieve aanslag). De voorlopige aanslag is 80% van de definitieve aanslag van het voorgaande jaar.

 

In 2021 voeren we een tariefdifferentiatie in tussen mobiele kampeeronderkomens en overige. De mobiele onderkomens (door particulieren zelf meegebrachte onderkomens) betalen vanaf 2021 een lager tarief (€ 1,30 per persoon per overnachting) dan de overige onderkomens (€ 2,00 per persoon per overnachting). Op basis van deze differentiatie verwachten we een meeropbrengst van € 1,7 miljoen. De tarieven worden als volgt:

 

tarief p.p.p.n. laag tarief

€ 1,30

tarief p.p.p.n. hoog tarief

€ 2,00

 

Forfaitaire tarieven

 

Voorseizoen plaats mobiel onderkomen

€ 106,60

Naseizoen plaats mobiel onderkomen

€ 81,90

Jaar/Seizoen plaats mobiel onderkomen

€ 239,20

Jaarplaats   (chalets/stacaravan)

€ 368,00

 

 

strandslaaphuisjes particulier

€ 368,00

 

 

Maand arrangement

€ 46,80

Hemelvaart arrangement

€ 27,30

Winterarrangement

€ 26,00

 

Afvalstoffenheffing
Bij de afvalstoffenheffing hanteren we een differentiatie in gezinssamenstelling. We maken onderscheid tussen een éénpersoons- en een meerpersoonshuishouden. Voor een recreatiewoning geldt hetzelfde tarief dan dat voor een meerpersoonshuishouden.

In 2021 gaan we over op een heffing op basis van de WOZ objectafbakening. Op dit moment rekenen we per perceel af voor de afvalstoffenheffing. De VNG adviseert over te gaan naar de WOZ objectafbakening. Hierdoor krijgen we uniformiteit in de objectafbakening voor de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen. Dit vereenvoudigt de methode van heffen. Op basis van het profijtbeginsel voeren we een nieuw tarief in voor WOZ objecten die meerdere (recreatieve) wooneenheden hebben. Deze objecten krijgen dan een extra set afvalbakken. Dus afvalbakken voor de privéwoning en afvalbakken voor de recreatiewoning(en). De mogelijkheid voor een huishouden van een extra afval bak blijft bestaan.

 

Voor 2021 verhogen we de tarieven afvalstoffenheffing met 15%. Door de verhoging bereiken we in 2021 100% dekking van de kosten. In onderstaande tabel ziet u het verloop van de kostendekking in de meerjarenramingen. 

 

Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing: 2021 2022 2023 2024
Kosten taakveld afval , inclusief rente 3.232 3.205 3.216 3.198
Inkomsten taakveld afval, exclusief heffing -191 -166 -166 -166
Inkomsten taakveld reserves, onttrekking reserve (inv. perscontainers) -44 -44 -44 -44
Netto kosten taakveld 2.997 2.996 3.006 2.989
         
Toe te rekenen kosten        
Overhead 172 173 173 173
BTW 549 549 549 549
Totale kosten  3.718 3.718 3.728 3.711
         
Opbrengst heffingen 3.717 3.718 3.728 3.711
         
Dekkingspercentage 100% 100% 100% 100%
         
Inzet voorziening 0 0 0 0
Inzet algemene middelen                   1 0 0 0
Stijging tarief 15,00% 0,02% 0,31% -0,52%

Bedragen x € 1.000

 

Rioolheffingen
Voor de rioolheffing gelden twee grondslagen. In de eerste plaats leggen we een aanslag per aansluiting op. Met ingang van 2018 is deze heffing per aansluiting gebaseerd op de hoogte van de WOZ waarde. Daarnaast leggen we een afvoerheffing op naar het waterverbruik.

 

Voor 2021 verhogen we de tarieven rioolheffing met 5,25%. Door de verhoging bereiken we in 2021 100% dekking van de kosten. In onderstaande tabel ziet u het verloop van de kostendekking in de meerjarenramingen. 

 

Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing: 2021 2022 2023 2024
Kosten taakveld riolering , inclusief rente 2.022 2.041 2.069 2.094
Inkomsten taakveld riolering, exclusief heffing -40 -40 -40 -40
Netto kosten taakveld 1.982 2.001 2.029 2.054
         
Toe te rekenen kosten        
Overhead 233 233 233 233
BTW 317 319 323 326
Totale kosten  2.532 2.553 2.585 2.613
         
Opbrengst heffingen 2.532 2.553 2.585 2.613
         
Dekkingspercentage 100,00% 100,00% 100,00% 100,00%
         
Inzet voorziening 0 0 0 0
Inzet algemene middelen 0 0 0 0
Stijging tarief 5,25% 0,90% 1,40% 1,20%

Bedragen x € 1.000

 

Lijkbezorgingsrechten
De kosten van het onderhoud van de begraafplaatsen komt grotendeels ten laste van de algemene middelen; de kosten van het begraven zelf dekken we volledig uit de lijkbezorgingsrechten. De tarieven verhogen we in 2021 met het inflatiepercentage 1,9%.

 

Berekening van kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten: 2021 2022 2023 2024
Kosten taakveld begraafplaatsen en crematoria , inclusief rente 467 463 466 473
Inkomsten taakveld begraafplaatsen en crematoria, exclusief heffing -45 -45 -45 -44
Netto kosten taakveld 422 418 421 429
         
Toe te rekenen kosten        
Overhead  230 231 231 230
Totale kosten  652 649 652 659
         
Opbrengst lijkbezorgingsrechten 452 452 452 452
         
Dekkingspercentage 69,3% 69,6% 69,2% 68,5%

Bedragen x € 1.000

 

Precariobelasting
Voor de heffing geldt een dusdanig aantal tarieven dat er bij de verordening een aparte tarieventabel is gevoegd. Voor 2021 verhogen we de tarieven met het inflatiepercentage van 1.9%. De heffing van de precariobelasting baseren we op de volgens de vergunning toegestane m².

 

Hondenbelasting
Voor 2021 verhogen we de tarieven met het inflatiepercentage van 1,9%.

 

Leges
De leges verhogen we met het inflatiepercentage van 1,9%. Uitzondering hierop zijn de tarieven die door het rijk worden bepaald en het tarief voor de omgevingsvergunning. 

Omdat we over tal van producten leges heffen geven we in de volgende tabel de kostendekking per hoofdstuk in de legesverordening weer. In de onderstaande tabel geven we het kostendekkingspercentage per titel weer en vervolgens per hoofdstuk. Per hoofdstuk wordt duidelijk dat bij enkele producten de baten hoger zijn dan de kosten. ( zie hiervoor onderstaande tabel).

Legestabel 2021

 

 

Geraamde inkomsten (x € 1.000) 

Soort belasting/heffing Raming 2021 Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024
Toeristenbelasting 8.502 8.502 8.502 8.502
Onroerende zaakbelasting 5.807 6.082 6.082 6.082
Afvalstoffenheffing 3.717 3.729 3.741 3.723
Rioolheffing 2.532 2.553 2.585 2.613
Forensenbelasting 1.823 1.823 1.823 1.823
Lijkbezorgingsrechten 452 452 452 452
Precariobelasting 160 160 160 160
Hondenbelasting 136 136 136 136
Totaal 23.128 23.436 23.479 23.489

 

Kwijtschelding
Het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid maakt deel uit van het gemeentelijk minimabeleid. Het kwijtscheldingspercentage dat we hanteren bedraagt 100%. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding beoordelen we aan de hand van een inkomens- en/of vermogenstoets. Bij deze toets nemen we de kosten van bestaan voor 100% mee, volgens de bijstandsnorm. Zo maken we maximaal gebruik van de wettelijke vrijheden op dit gebied. Kwijtschelding kan alleen van de aanslag onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing.

 

Lokale lastendruk 

Kengetallen belastingcapaciteit 2021

A

OZB lasten voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde

 

gem. WOZ waarde

 €     282.000

0,0944%

€         266,21

B

Rioolheffing voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde

 

Rioolheffing

eigendom

€      66,21

   

 

 

gebruik

 €      91,87

     €           158,08

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

 €           277,46

D

Heffingskorting

 €                       -  

E

Totale woonlasten voor gezin bij een gemiddelde WOZ waarde

 €          701,75

F

Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin bij een gemiddelde WOZ waarde

 €          776,00

 

Gemeentelijke belasting capaciteit

E/F * 100%

90,43%