Meer
Publicatiedatum: 29-01-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Financiële positie

Toelichting

In de financiële begroting 2020 nemen we de uiteenzetting van de financiële positie, het overzicht van baten en lasten en het overzicht van geraamde incidentele baten en lasten op. Verder zijn er ter onderbouwing, diverse bijlagen opgenomen.

 

Uitgangspunten

Voor het opstellen van de begroting 2020 gelden de volgende uitgangspunten.

  1. algemeen: we hebben de materiële budgetten niet geïndexeerd;
  2. subsidies: voor subsidies geldt een index van 1,5%;
  3. gemeenschappelijke regelingen: VZG-richtlijn: 2,5%
  4. algemeen de belastingtarieven en de overige tarieven verhogen we met 2%;
  5. in afwijking van het algemene uitgangspunt geldt voor de rioolheffing 2019 een stijging van het tarief met 9,6% en voor de afvalstoffenheffing een stijging van 4%;
  6. salarissen/loonkosten: op basis van de nieuwe CAO voor de sector gemeenten;
  7. rente voor nieuwe kapitaallasten: 1,5 %;
  8. algemene uitkering op basis van de septembercirculaire 2019.

 

Financiële positie 2020 – 2023

Hieronder volgt een uiteenzetting van de financiële positie 2020 - 2023. Het financiële beeld is als volgt:

 

 

meerjarenramingen

2020

2021

2022

2023

 

Structureel tekort in kaderbrief

-2.346

-2.616

-2.303

-2.366

 

Dekking in kaderbrief

2.448

2.448

2.448

2.378

1

Structureel saldo kaderbrief

102

-168

145

12

 

Gevolgen amendement

 

 

 

 

2

Meeropbrengst OZB en Forensenbelasting vervalt

-140

-140

-140

-140

3

Meeropbrengst toeristenbelasting vervalt

-627

-627

-627

-627

4

Storting in fonds zandsuppletie vervalt

350

350

350

350

 

Structureel saldo na kaderbrief

-315

-585

-272

-405

 

Suggestie gemeenteraad bij kaderbrief

 

 

 

 

5

Extra parkeerheffingen + € 0,20 / + € 0,50

250

250

250

250

6

2 casusregisseurs handhaven vanaf 2021

0

0

0

0

 

Nagekomen mutaties

 

 

 

 

7

Gevolgen nieuwe CAO gemeenteambtenaren

-136

-312

-312

-312

8

Algemene uitkering o.b.v. meicirculaire 2019

-366

-535

-729

-337

9

Algemene uitkering o.b.v. septembercirculaire 2019

143

489

538

570

10

Hogere kosten Jeugdzorg

-18

-248

-335

-321

11

Hogere bijdrage GR GGD

-67

-37

-38

-39

12

Opbrengst forensenbelasting (eerdere correctie vervalt)

44

44

44

44

13

Aanpassing Traverse; investering € 50.000

-1

-3

-3

-3

14

Verbreden parallelweg N57: van 2022 naar 2020

-2

-8

0

0

15

Onderhoud strandje Bastion

-40

0

0

0

16

Opvoeren jaarschijf 2023 in prioriteitenplanning

0

0

-4

-80

17

Overige mutaties

44

89

36

78

18

Bezuinigingen - lijst A

526

725

725

725

 

Structureel saldo begroting 2020

62

-131

-100

170

bedragen x € 1.000  [ - = nadelig/hogere last of lagere bate; + = voordelig/lagere last of hogere bate]

 

Hieronder volgt per onderdeel een toelichting.

  1. De kaderbrief 2019 is in de raadsvergdering van juli aan de orde geweest. In deze kaderbrief zijn op basis van uitgangspunten ramingen geactualiseerd en is een prioriteitenplanning voorgesteld voor 2020-2023. Ook is er een dekkingsvoorstel gedaan. Hier is vermeld het saldo in de meerjarenramingen 2020-2023.
  2. Bij de behandeling van de kaderbrief heeft de gemeenteraad een amendement aangenomen en daarin besloten om de OZB en forensenbelasting voor 2020 niet extra te verhogen. Dit besluit betekent een lagere opbrengst.
  3. Bij de behandeling van de kaderbrief heeft de gemeenteraad een amendement aangenomen en daarin besloten om de toeristenbelasting niet extra te verhogen met € 0,12. Dit besluit betekent een lagere opbrengst.
  4. In samenhang met punt 3 is de geraamde storting in een fonds voor zandsuppletie, die gedekt zou worden uit een verhoging van de toeristenbelasting, vervallen.
  5. Bij de behandeling van de kaderbrief heeft de gemeenteraad de suggestie gedaan om het tekort in de begroting o.a. te dekken door een extra verhoging van de parkeertarieven met € 0,20 per uur en € 0,50 per dagkaart.
  6. De suggestie van de gemeenteraad om (als bezuiniging) in eerste instantie te starten met 1 casusregisseur in plaats van 2, heeft het college niet overgenomen.
  7. Er is een nieuwe CAO afgesloten voor de gemeenteambtenaren per 1-10-2019. Ook zijn de raadsvergoedingen verhoogd. De hogere kosten zijn hier verwerkt.
  8. De gevolgen van de meicirculaire 2019 voor de algemene uitkering zijn in beeld gebracht. Dit is gedaan nadat de kaderbrief was opgesteld. De mutaties zijn per saldo negatief ten opzichte van de aanname die is gedaan in de kaderbrief. Een belangrijke post hierin is de extra bijdrage van het rijk in de tekorten van de jeugdzorg. Deze bijdrage loopt tot en met 2021, maar is structureel verwerkt in de meerjarenramingen. De toezichthouder stemt in met deze werkwijze.
  9. De gevolgen van de septembercirculaire 2019 voor de algemene uitkering zijn in beeld gebracht. Dit betreft een positieve bijstelling omdat het accres door ontwikkelingen in de rijksuitgaven (trap-op-trap-af principe) is gestegen.
  10. Dit betreft een bijstelling van het budget Jeugdzorg op basis van de 1e kwartaalrapportage 2019.
  11. We ramen de hogere bijdrage GGD op basis van de begroting 2020.
  12. Aanvankelijk werd een nadeel op de opbrengst forensenbelasting gemeld in de kaderbrief van € 44.000. Bij nader inzien is er geen sprake van een nadeel en corrigeren we dit.
  13. Voor de aanpassing van de Traverse is alsnog een investering opgevoerd van € 50.000 voor 2020. We ramen hier de kapitaallasten van deze investering.
  14. De bijdrage aan RWS voor het verbreden van de parallelweg N57: bijdrage aan RWS van € 150.000 is verplaatst in de planning van 2022 naar 2020.
  15. Voor noodzakelijk groot onderhoud aan het strandje Bastion ramen we eenmalig € 40.000 in 2020.
  16. We verwerken de financiele gevolgen van het opvoeren van diverse prioriteiten in de jaarschijf 2023.
  17. Dit betreft diverse mutaties, onder andere het meer toerekenen van ambtelijke uren aan projecten en investeringen en de gunstige rentestand. 
  18. De bezuinigingen die zijn voorgesteld voor een sluitende begroting. Voor een overzicht zie de bijlage bij het raadsvoorstel.

 

Het eerste jaar sluit de begroting met een saldo van € 62.000. In 2023 is er ook sprake van een overschot van € 170.000. De tussenliggende jaren laten tekorten zien. Het voorstel is om deze saldi in de betreffende jaren toe te voegen cq. te onttrekken aan de algemene reserve. Per saldo is de mutatie in de algemene reserve over deze periode nihil.

 

Prioriteitenplan 2020 - 2023

Deze prioriteiten zijn gebaseerd op het werkprogramma en toegelicht in de betreffende programma’s van de begroting. Door het vaststellen van de financiële begroting autoriseert de raad de prioriteiten voor 2020. De prioriteiten bestaan uit budgetten voor eenmalige en structurele exploitatiebedragen en uit investeringsbedragen (die we activeren). Hieronder treft u een overzicht aan van het totaal aan investeringsprioriteiten voor de jaren 2020-2023. Dit is dus inclusief de prioriteiten uit voorgaande begrotingen

 

 

2020

2021

2022

2023

totaal

Totaal investeringsvolume

5.316

2.549

2.437

1.946

12.249

 

 

 

 

 

 

Investeringen gedekt door tarieven:

Programma Volksgezondheid en Milieu

 

1.087

 

962

 

1.137

 

1.012

 

4.198

Programma Verkeer, vervoer en waterstaat

   236

 

 

 

236

  Tabel: Prioriteiten 2020 - 2023 (x € 1.000)

 

In de prioriteiten planning 2020 - 2023 is voor een bedrag van ruim € 2,7 miljoen geraamd voor prioriteiten/projecten die we incidenteel dekken. De planning en de dekking is als volgt:

 

 

2020

2021

2022

2023

totaal

Incidentele prioriteiten

1.811

447

320

100

2.678

Dekking:

 

 

 

 

 

Algemene reserve *)

1.213

310

205

100

1.828

Bestemmingsreserves

Begroting / exploitatie

598

137

115

0

850

Totaal dekking

1.811

447

320

100

2.678

   Tabel: Dekking incidenteel 2020 - 2023 (x € 1.000)

*) De incidentele ruimte in de algemene reserve bestaat o.a. uit de ruimte door vrijval van lasten maatschappelijke voorzieningen (€ 318.000 in 2019), vrijval van een voorziening leges (€ 585.000) en het saldo jaarrekening 2017 (€ 364.000).

 

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

Dit is een verplicht onderwerp in de uiteenzetting financiële positie. Hieronder volgt per onderdeel een korte toelichting.

 

Loonkosten
Basis voor de raming van de personeelskosten is de vastgestelde formatieomvang. Ook is rekening gehouden met de gevolgen van de vastgestelde Cao gemeenten. We houden rekening met de normale periodieke verhogingen. De personeelskosten voor eventuele vacatures ramen we op basis van het maximumniveau van de functieschaal. Voor de gevolgen van de invoering van het Individueel Keuzebudget (IKB) is structureel budget geraamd. De overige personele kosten ramen we op basis van bestaand beleid.

 

Wachtgelden/pensioenen ambtenaren en wethouders
Dit betreft de verplichtingen aan ambtenaren die ontslagen zijn (inclusief de verplichtin-gen als gevolg van de herindeling) en de verplichtingen aan wethouders uit hoofde van ontslag en/of pensioen, waarvoor wij als risicodrager optreden.

Omdat voor de pensioenen van wethouders sprake is van schommelende verplichtingen is hiervoor een voorziening ingesteld. De omvang van de voorziening is gebaseerd op de verplichtingen voor de komende 10 jaar en waarderen we tegen contante waarde. In de meerjarenramingen is een jaarlijkse storting van € 95.000 geraamd. Bij de jaarrekening bepalen we de noodzakelijke omvang van de voorziening en vullen we eenmalig aan of romen af.

De huidige oude wachtgeldverplichtingen zijn gering van omvang. Het benodigde bedrag is geraamd in de begroting. Voor de totale wachtgeldverplichting van vml. wethouders die recent is ontstaan is in de bestuursrapportage 2018 een voorziening gemaakt.

 

Financiering

Voor 2020 is onze kasgeldlimiet berekend op een bedrag van € 5,8 miljoen. In verband met de lage rente voor kort geld (leningen met een looptijd van enkele weken tot een jaar) financieren we zoveel mogelijk met kort geld.

Het totaal van de aangegane onderhandse (langlopende) geldleningen bedraagt begin 2020 € 42,8 miljoen. De aflossingen in 2020 bedragen € 1,7 miljoen. Het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille per 1 januari 2020 is 2,28%.

 

Om inzicht in de financieringsbehoefte te krijgen, brengen we de geldstromen in beeld. Dit werken we uit in een liquiditeiten planning die we periodiek evalueren. In de paragraaf financiering geven we meer toelichting.

 

Reserves en voorzieningen

In onderstaand overzicht is een raming opgenomen van het verloop van de diverse reserves en voorzieningen.        

 

Stand per 31-12

2020

2021

2022

2023

Algemene reserve

16.093

15.653

15.327

15.380

Bestemmingsreserves

8.105

7.967

7.828

7.615

Totaal reserves

24.198

23.620

23.155

22.995

Voorzieningen

6.258

6.258

6.258

6.258

Totaal

30.456

29.878

29.413

29.253

   Tabel: Reserves en voorzieningen 2020 - 2023 (x € 1.000)

 

In het  kader van het provinciaal toezicht is besloten niet langer algemene richtlijnen (normbedragen) voor de minimale van de algemene reserve voor te schrijven. In de paragraaf weerstandsvermogen is een onderbouwing gegeven voor de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit.

 

Belastingen en lastendruk

Voor de voorstellen met betrekking tot de gemeentelijke belastingen, heffingen en retributies verwijzen wij naar de paragraaf lokale heffingen. De verordeningen met daarin de voorgestelde tarieven en overige wijzigingen zullen wij u in de gemeenteraad van december aanbieden. Op basis van de voorstellen stijgt de lastendruk in 2020 met ca. 4,2%.

 

Meerjarenramingen

De meerjarenramingen (2021 – 2023) maken we op basis van constante prijzen. Dat wil zeggen dat er geen inflatie is toegepast op de uitgaven en inkomsten in de jaren 2021 tot en met 2023.

 

Bovenvermelde cijfers hanteren we op grond van gegevens uit:

- de circulaires van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- de Macro Economische Verkenning van het Centraal Plan Bureau;
- het advies van de Vereniging Zeeuwse Gemeenten (VZG richtlijn);
- de meerjarenbegroting 2020-2022 (programmabegroting 2019);
- gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK 2020) Provincie Zeeland.