Meer
Publicatiedatum: 10-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragraaf financiering

Beschrijving

Algemeen

De financieringsparagraaf is bedoeld om inzicht te geven in de ontwikkelingen rond de gemeentelijke financiering en het beleid dat hierop is gevoerd. Tevens is deze paragraaf bedoeld om de risico’s die daarbij worden gelopen in beeld te brengen en aan te geven hoe getracht wordt om deze risico’s te beheersen.

 

Het treasurybeleid van de gemeente Veere is gericht op de ondersteuning van de publieke taak van de gemeente en heeft een risicomijdend en voorzichtig karakter.

Uitgangspunten zijn:

 

  • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden;
  • Het beschermen van gemeentelijke vermogens-en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;
  • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido, Wet HOF, respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.

 

Financiering

Onderstaande tabel geeft het effect weer van de reguliere aflossing op de gemiddelde rente van de leningenportefeuille. Na de reguliere aflossingen bedraagt de gemiddelde rente van de leningenportefeuille per 31 december 2019: 2,71%.

 

Mutaties in leningenportefeuille

Bedrag

Gemiddelde rente

Invloed op gemiddelde rente

Gemiddelde rente na mutatie

Stand per 1 januari 2019 leningenportefeuille

35.712.642

2,85%

 

 

Nieuwe leningen

 11.000.000 

0,67%

 

 

Reguliere aflossingen                                                     

2.948.296

4,33%

0,14%

2,71%

Vervroegde aflossingen

          0

        

        

        

 

 

 

 

 

Stand per 31 december 2019 leningenportefeuille

43.764.346

2,71%

 

 

 

In 2019 zijn twee langlopende leningen afgesloten. Een lineaire geldlening van € 5.000.000, looptijd 25 jaar, rente 0,957% en een lineaire geldlening van € 6.000.000, looptijd 40 jaar, rente 0,445%.

 

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarvoor kortlopende financieringsmiddelen(looptijd< 1 jaar) aangetrokken mogen worden. De kasgeldlimiet stelt daarmee een grens aan het lopen van renterisico op de korte schuld. Uit onderstaand overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet in het 2e kwartaal 2019 is overschreden. Op basis van de Uitvoeringsregeling Financiering voor Decentrale Overheden moet de toezichthouder(provincie Zeeland) worden geïnformeerd bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende 2 achtereenvolgende kwartalen. Er moet dan worden overgegaan tot omzetting naar langlopende schulden(looptijd> 1 jaar). De kasgeldlimiet wordt jaarlijks vastgesteld en heeft een omvang van 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. Voor de gemeente Veere bedroeg dit drempelbedrag in 2019 € 6.192.000.

 

In 2019 is optimaal gebruik gemaakt van het aantrekken van kasgeldleningen. De korte rente is lager dan de lange rente. In het verslagjaar was deze zelfs steeds negatief tot -0,386%. Dit betekende dat we geen rente moesten betalen maar een bedrag aan rente ontvingen.

 

Prognose kasgeldlimiet per kwartaal 2019

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

 

 

 

 

 

 

 

Omvang begroting per 1 januari 2019

72.850 

 72.850

  72.850

  72.850

 

 

 

 

 

 

1)

Toegestane kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

- in procenten

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

 

- in bedrag

  6.192

    6.192

    6.192

    6.192

 

 

 

 

 

 

2)

Omvang vlottende korte schuld

 

 

 

 

 

- opgenomen gelden korter dan 1 jaar

2.667

4.666

2.333

0

 

- schuld in rekening-courant

2.322

    3.311

199

1.887

 

- gestorte gelden door derden korter dan 1  jaar

0

0

0

0

 

- overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

 

 

4.989

7.977

2.532

1.887

3)

Vlottende middelen

 

 

 

 

 

- contante gelden in kas

0

0

0

0

 

- tegoeden in rekening-courant

26

38

       374 

1.238

 

- overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

 

 

         26 

38

374

1.238

4)

Toets kasgeldlimiet

 

 

 

 

 

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

4.963

7.939

2.158

649

 

Toegestane kasgeldlimiet (1)

6.192

6.192

6.192

6.192

 

Ruimte (+)/overschrijding (-); (1-4)

1.229

-1.747

4.034

5.543

 

Renterisiconorm

Als langlopende leningen worden opgenomen, lopen we renterisico. Dit renterisico ontstaat bij het opnieuw vastzetten van de rente(herfinanciering en/of het afspreken van een nieuwe rentevast periode). Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar zal worden aangepast.

Herfinanciering is het aangaan van een nieuwe lening om de ‘oude’ af te lossen. De rente risiconorm beperkt dus de aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Ter beheersing van dit risico heeft de wetgever bepaald dat in een jaar voor maximaal 20% onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering.

In 2019 was er geen sprake van renteherziening of herfinanciering.

 

Op een begrotingstotaal van € 72.850.000 bedraagt de renterisiconorm € 14.570.000.

 

  Renterisico vaste schuld over 2019

Begroting

Rekening

Berekening (bedragen x € 1.000)

2019

2019

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

Aflossingen

2.948

2.948

Renterisico

2.948

2.948

Renterisiconorm

14.570

14.570

Ruimte onder renterisiconorm

11.622

11.622

Overschrijding renterisiconorm

0

0

 

 

 

Berekening renterisiconorm

 

 

Begrotingstotaal

72.850

72.850

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

20%

20%

Renterisiconorm

14.570

14.570

 

Kredietrisiconorm

Uitzettingen kunnen op grond van de wet Fido en het treasurystatuut slechts plaatsvinden uit hoofde van de uitvoering van een publieke taak.

Onderstaande tabel geeft de risico’s weer die de gemeente Veere loopt op uitgeleende gelden. Het grootste risico vormt de geldlening verstrekt aan de Stichting Zeeuwland.

Deze lening weegt voor 66% in het totale kredietrisico. De jaarlijkse aflossing op deze lening bedraagt € 112.500. Onder overige instellingen vallen de diverse leningen verstrekt door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting.

 

 Kredietrisico op verstrekte gelden

 

 

Risicogroep

Hypothecaire zekerheid

Restant schuld in € 1.000

%

Lokale verenigingen/stichtingen

neen

10

0,18

Overige instellingen

ja/neen

1.847

33,85

Personeel

ja

0

0,00

Personeel

neen

0

0,00

Woningcorporaties

neen

3.600

65,97

Totaal

 

5.457

100,00

 

Schatkistbankieren

In december 2013 is het zogenoemde schatkistbankieren ingevoerd. Dit betekent dat de gemeente wettelijk verplicht is om tijdelijk overtollige middelen(liquiditeitsoverschotten)  die boven een wettelijk geregeld saldo uitkomen, moet stallen bij het Rijk. De hoofdreden van deze verplichting is om het EMU saldo op Rijksniveau terug te dringen. Een bijkomende reden is dat gemeenten(en andere lagere overheden) op deze wijze geen risico’s lopen op hun uitgezette gelden.

 

Het drempelbedrag schatkistbankieren bedroeg voor 2019 € 546.375. In de periode april, augustus en oktober t/m december 2019 is binnen de limiet gebruik gemaakt van schatkistbankieren.

Rentetoerekening

Het BBV schrijft voor dat de rente die de gemeente moet betalen voor de leningportefeuille omslaat over de taakvelden waarvoor investeringen zijn gedaan. Omdat het de gemeente vrij staat met een gemiddeld rentepercentage (omslagpercentage) te werken voor de omslag naar de taakvelden kan het zijn dat er een renteresultaat op het taakveld treasury ontstaat. Hier zijn de rentelasten in eerste instantie verantwoord voordat de omslag naar de taakvelden plaatsvindt.

Het BBV schrijft eveneens voor dat aan het einde van het boekjaar bekeken moet worden of de toerekening van rente aan taakvelden op basis van het omslagpercentage niet meer dan 25% afwijkt van de rente op basis van de werkelijke leningportefeuille. Mocht dit meer zijn dat 25% dan is de gemeente verplicht dit aan te passen in de verantwoording. 

Hieronder zijn twee overzichten opgenomen waaruit blijkt wat we aan rente aan de taakvelden hebben toegeschreven op basis van de omslagrente van 1,5% én wat de  afwijking is van de  werkelijk toe aan de taakvelden toe te rekenen rente.

 

Renteschema

a.  De externe rentelasten over de korte en lange financiering        €        1.015.907
b.  De externe rentebaten (idem)      -/-  €            157.176
           
  Saldo rentelasten en baten        €            858.730
           
c1.  De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend -/-  €        24.385    
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/-  €                   -    
c3.  De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend +  €                   -    
           
  Aan taakvelden toe te rekenen externe rente        €            -24.385
           
d1. Rente over eigen vermogen +      €                         -
d2. Rente over voorzieningen +      €                         -
           
  Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente        €            834.345
           
e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag 1,5% afgerond) -/-      €            955.534
           
f. Renteresultaat op het taakveld Treasury        €          -121.189
           
           

 

Toetsing toegerekende rente

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente    €            834.345  
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag 1,5% afgerond) -/-  €            955.534  
       
Verschil tussen toe te rekenen en toegerekende rente    €          -121.189 -14,52%